Strafrecht overig

Conclusie AG. Herziening. Twee veroordelingen in verband met overtreden maximumsnelheid. Is sprake van een…

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
23 september 2026
Zaaknummer
26/01713
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:904
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Conclusie AG. Herziening. Twee veroordelingen in verband met overtreden maximumsnelheid. Is sprake van een 'novum'? AG: Uit een vergelijking van beide strafdossiers blijkt dat eerdere veroordeling betrekking had op hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr. Dit gegeven was het hof niet bekend. De conclusie strekt gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening, tot vernietiging van de uitspraak van het hof en de daaraan voorafgaande uitspraak van de kantonrechter en tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging.

Conclusie

Inhoudsopgave

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 26/01713 H

Zitting 29 september 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[aanvrager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de aanvrager.

1 Inleiding

1.1

De aanvrager is bij arrest van 19 januari 2026 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens "overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 800,00, subsidiair acht dagen hechtenis, waarvan € 400,00, subsidiair vier dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, ontzegd voor de duur van twee maanden met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze straf ingevorderd of ingehouden is geweest.

1.2

Namens de aanvrager heeft Y. Finani, advocaat in Utrecht, een verzoek ingediend tot herziening van de veroordeling die bij dit arrest is uitgesproken.

2 Het herzieningsverzoek

2.1

Aan het herzieningsverzoek ligt primair ten grondslag dat sprake is van een novum in de zin van art. 457 lid 1 onder c Sv, nu ten tijde van de berechting in hoger beroep niet bekend was dat de verdachte in de zaak met parketnummer 21-002310-24 reeds was veroordeeld voor ‘hetzelfde feit’ en het ernstige vermoeden bestaat dat het hof – indien het daarmee wel bekend was geweest – het openbaar ministerie op grond van art. 68 Sr niet-ontvankelijk zou hebben verklaard. Subsidiair berust het herzieningsverzoek op de stelling dat sprake is van ‘tegenstrijdige uitspraken’ in de zin van art. 457 lid 1 onder a Sv, nu in twee afzonderlijke onherroepelijk geworden strafzaken bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet met elkaar zijn overeen te brengen, omdat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat sprake is van twee afzonderlijke strafbare feiten en de bewezenverklaringen, bezien in hun feitelijke grondslag en rechtsgevolg, niet met elkaar zijn te verenigen.

3 Het juridisch kader

3.1

Art. 457 Sv houdt – voor zover hier van belang – in:

“1. Op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:

a. op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen die onherroepelijk zijn geworden of bij verstek zijn gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen;

b. […]

c. indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

2. […]”

3.2

Art. 457 Sv houdt de gronden van herziening in, die onder meer kunnen bestaan uit een ‘conflict van rechtspraak’ (lid 1 onderdeel a) en een ‘novum’ (lid 1 onderdeel c). Van een conflict van rechtspraak – en dus van bewezenverklaringen in onherroepelijke uitspraken die niet zijn overeen te brengen – achtte de Hoge Raad bijvoorbeeld sprake toen in een arrest de verdachte als de dader van een feit was aangemerkt en in een ander arrest een ander dan de verdachte als de dader van hetzelfde feit was aangemerkt. Van een ‘novum’ is sprake als er een ‘gegeven’ is dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter die de veroordeling uitsprak niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bij de rechter bekend zou zijn geweest, het onderzoek in de strafzaak zou hebben geleid tot vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging, de toepassing van een minder zware strafbepaling, of de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

4 De inhoud van de procesdossiers

4.1

Het procesdossier in de zaak met parketnummer 21-000010-25

4.1.1

In de zaak die heeft geleid tot het onherroepelijke arrest van 19 januari 2026 waarvan herziening wordt verzocht, was aan de verdachte tenlastegelegd dat:

“hij, op of omstreeks 15 november 2023 te Wamel, gemeente West Maas en Waal, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Prins Willem-Alexanderweg (N323), welke weg als autoweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 151 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;

(art. 21 ahf/ond a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990)”

4.1.2

Het procesdossier bevat een proces-verbaal overtreding beginnend bestuurder van 27 maart 2024 opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Dit proces-verbaal houdt in:

“Feit

Ik, [verbalisant 1] , zag/constateerde, danwel stelde na onderzoek vast, dat een persoon een feit pleegde dat is gecodeerd als feitnummer VF055 en dat als volgt is omschreven in de tekstenbundel van de Commissie Feiten en Tarieven van het Openbaar Ministerie:

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom; van 50 tot 55 km/h

Artikel

21 sub a RW 1990 (cat 1), 22 sub a. b, e en f RW 1990 (cat 2), 21 sub b en c RW 1990 (cat 3), 22 sub c en d RW 1990 (cat 3), 22a RW 1990 (cat 4)

Overtredingsgegevens / waarneming

Datum : 15-11-2023

Omstreeks : 09 46 uur

Plaats : Wamel

Gemeente : West Maas en Waal

Locatie : Prins Wllem-Alexanderweg (N323) Hm.p 2.8 L

Soort weg : Buiten een als zodanig aangeduide bebouwde kom Autoweg, zijnde een voor het openbaar verkeer openstaande weg

Voertuig : Personenauto

Merk/type : RENAULT, CLIO

Kenteken : ZWART [kenteken 1] Land: Nederland

‘De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.

Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 165.

Snelheid volgens kalibratietabel: 156.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 151.

Toegestane snelheid : 100

Overschrijding met: 51.

Meetafstand: 1000,00 m.

Tussenafstand : 100 m.

[….]

Personalia verdachte

Verdachte werd staande gehouden en verstrekte mij, [verbalisant 1] , desgevraagd de volgende personalia:

Achternaam: : [aanvrager]

Voornamen : [...]

Geboren : [geboortedatum] 2003

Geboortegemeente : [geboorteplaats] in Nederland

[…]

Opmerkingen

Het ingevorderd rijbewijs is samen met het proces verbaal invordering en het bewijs van ontvangst verzonden naar het CVOM.

[…]”

4.1.3

Het procesdossier bevat daarnaast een aantekening mondeling vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 25 november 2024 betreffende de verdachte, inhoudende:

“Verstek

KWALIFICATIE:

overtreding van artikel 21 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

GEPLEEGD:

15 november 2023

BESLISSING:

Een geldboete ter hoogte van 810,00 euro subsidiair 16 dagen hechtenis

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179 Wegenverkeerswet 1994”.

4.1.4

Het procesdossier bevat tevens een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de verdachte van 18 december 2025. Dit uittreksel vermeldt onder meer:

“(On)herroepelijke zaken betreffende overtredingen met lopende proeftijd

Instantie/zaaknr. Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden 21-002310-24 (rechtsmiddel van 96-303853-23)

Datum zitting 09 september 2025 te Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, zittingsplaats Arnhem

Datum beslissing 09 september 2025 Gerechtshof Arnhem

Feit 1 art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Kwalificatie overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Maat. Classif. Overig

Pleegdatum 15 november 2023 te Wamel

PV PL2600 Korps Landelijke Politiediensten – 2023529149

Status Onherroepelijk 24 september 2025

Beslissing t.a.v.

Feit 1 EUR 810.00 Geldboete subsidiair 16 Dagen Hechtenis

Feit 1 4 Maanden Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen waarvan 62 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 Jaren

Start- en einddatum proeftijd:

24 september 2025 – 24 september 2027

Executie: → 25 september 2025 – 25 september 2025.”

4.2

Het procesdossier in de zaak met parketnummer 21-002310-24

4.2.1

In de zaak die heeft geleid tot het onherroepelijke (eerdere) arrest van 9 september 2025 was aan de verdachte tenlastegelegd dat:

“hij op of omstreeks 15 november 2023 te Wamel, gemeente West Maas en Waal als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Prins Willem-Alexanderweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven – heeft gereden met een snelheid van ongeveer 151 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer heeft overschreden;

(art. 62 jo bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990).”

4.2.2

Het procesdossier bevat niet het in de zaak met parketnummer 21-000010-25 opgenomen proces-verbaal van 27 maart 2024, dat is weergegeven onder randnummer 4.1.2 van deze conclusie, maar wel een proces-verbaal verkeersovertredingen van 15 november 2023 (de dag van de overtreding), eveneens opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] . Dit proces-verbaal houdt in:

“Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , verklaren het volgende:

Op woensdag 15 november 2023 om 09:35 uur bevonden wij ons met onopvallende

autosurveillance belast, gezeten in een niet als zodanig herkenbaar politievoertuig, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Prins Willem-Alexanderwg, 6659 Wamel, binnen de gemeente West Maas en Waal.

Daar zagen wij een bestuurder van een vierwielig motorvoertuig, een personenauto van het merk Renault, type Clio, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , rijden over de rijbaan van Prins Willem-Alexanderwg, 6659 Wamel, binnen de gemeente West Maas en Waal. Deze kwam uit de richting Echteld.

Overtredingen

Overtreding : Snelheid

Overschrijding maximumsnelheid

Prins Willem-Alexanderwg is een als zodanig aangeduide autoweg en is gelegen buiten de als zodanig aangeduide bebouwde kom. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, aangeduid door een bord conform model Al van bijlage I Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met in bord Al de aanduiding "100".

Wij, [verbalisant 2] (KLP03494) en [verbalisant 1] (GLZ04560), zagen dat deze bestuurder met dat motorvoertuig reed met een van de boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig afgelezen snelheid van ongeveer 160 kilometer per uur (afgelezen snelheid), wat in werkelijkheid volgens het testrapport 156 (snelheid volgens ijktabel) kilometer per uur was, en na de wettelijk voorgeschreven correctie van 3 procent aan de hand van het testrapport van de betreffende snelheidsmeter met 151 (de gecorrigeerde snelheid) kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid dan de ter plaatse toegestane 100 kilometer per uur, in feite een overschrijding van 51 kilometer per uur.

Door ons is met ongeveer gelijke snelheid achter genoemd motorvoertuig gereden met een onderlinge afstand van ongeveer 80 meter en over een afstand van ongeveer 1500 meter.

De door de verdachte gereden snelheid is door ons, overeenkomstig de geldende Aanwijzing meting snelheidsovertredingen en Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers, vastgesteld met behulp van een op de voorgeschreven wijze gebruikte, in het dienstvoertuig, R621RB, aangebrachte boordsnelheidsmeter. IJkdatum geldig van 1 mei 2023 tot 1 mei 2024.

Op basis van bovengenoemde gegevens constateerden wij dat de hierna genoemde verdachte de ter plaatse toegestane maximumsnelheid overschreed met 51 kilometer per uur.

Stopteken

Ik, [verbalisant 2] (KLP03494), gaf de bestuurder een stopteken, waaraan hij voldeed.

Staandehouding

Op woensdag 15 november 2023 om 09:35 uur hield ik, [verbalisant 2] (KLP03494), op de openbare weg, Van Heemstraweg te Beneden-Leeuwen, de man als verdachte staande en vroeg hem naar zijn identiteitsgegevens. De verdachte gaf op te zijn genaamd:

Achternaam: [aanvrager]

Voornamen: [...]

Geboren: [geboortedatum] 2003

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland

[…]”

4.2.3

Daarnaast bevat dit procesdossier een proces-verbaal (in)vordering rijbewijs, opgemaakt op 15 november 2023 door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Dit proces-verbaal houdt in:

“Op woensdag 15 november 2023 om 09:45 uur, is op de Van Heemstraweg 88 A THV, 6658 KK Beneden-Leeuwen, binnen de gemeente West Maas en Waal, van betrokken bestuurder, genaamd:

Achternaam : [aanvrager]

Voornamen : [...]

Geboren : [geboortedatum] 2003

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

[…]

ingevorderd het op zijn naam staand rijbewijs […]

Beginnende bestuurder

De vordering werd gedaan naar aanleiding van de hierna genoemde overtreding(en) gepleegd met een motorrijtuig, Renault voorzien van het kenteken [kenteken 1] , op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de locatie Prins Willem-Alexanderwg, 6659 Wamel, binnen de gemeente West Maas en Waal.

Betrokkene wordt als beginnende bestuurder verdacht van overtreding van:

- artikel 20/21/22 dan wel artikel 62 juncto bord Al/A3 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 gepleegd buiten een bebouwde kom waarbij de betrokkene met een motorrijtuig, met een gecorrigeerde snelheid van 151 km/u heeft gereden terwijl slechts een snelheid van 100 km/u was toegestaan.

[…]”

4.2.4

Verder bevat dit procesdossier een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 november 2023 door de verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in:

“Wij, verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 1] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , verklaren het volgende:

Hoedanigheid onopvallend

Op datum waren wij belast met algemene surveillance op en rond autosnelweg A15. Hierbij waren wij gekleed in burger en reden wij in een onopvallend dienstvoertuig. Daardoor waren wij niet herkenbaar als politieambtenaar. Wij waren bij het Operationeel Centrum te Driebergen ingemeld onder roepnummer LE40.22 ( [verbalisant 4] en [verbalisant 3] ) en LE40.23 ( [verbalisant 2] en [verbalisant 1] ).

Criminele Ontmoetingsplek (COP)

Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , bevonden ons omstreeks 09.30 uur op de parkeerplaats van Hotel Van der Valk te Tiel . […]

Aantreffen voertuig

Omstreeks 09.30 uur zagen wij ( [verbalisant 2] en [verbalisant 1] ) aldaar een zwarte Renault Clio, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , staan. […]

Route en Rijgedrag :

Wij, verbalisanten [ [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , D.P.], zagen dat het voertuig vanaf de parkeerplaats de Laan van Westrooijen op reed. Vervolgens zagen wij dat hij bij de verkeerslichten

voorsorteerde om rechtsaf richting de A15 te rijden. […] Vervolgens zagen wij dat de Renault rechtsaf de Industrieweg op reed en bij de volgende verkeerslichten voorsorteerde om de A15 in de richting van Nijmegen op te rijden. Wij zagen dat wanneer de bestuurder vrij baan had hard optrek en hard reed. Wij zagen dat het voertuig vanaf de invoegstrook, over de aldaar gelegen dubbele doorgetrokken streep, invoegde en direct naar rijstrook 1 reed. Wij zagen dat de bestuurder vervolgens diverse keren onvoldoende afstand van zijn voorligger hield. Vervolgens zagen wij dat de bestuurder ruim boven de maximumsnelheid reed. Wij hebben echter geen meting kunnen verrichten. Vervolgens zagen wij dat het voertuig de afrit Echteld nam in de richting van de Prins Willem Alexanderbrug. Wij zagen dat het voertuig hierbij enkele tientallen meters over de vluchtstrook reed en zo de "binnenbocht" nam. Vervolgens zagen wij bovenaan de uitvoegstrook dat de bestuurder de middelste rijstrook volgde bedoeld voor het verkeer rechtdoor. Wij zagen dat het voertuig hierbij een auto passeerde die op de rijstrook om rechtsaf te slaan reed. Wij zagen vervolgens dat de Renault op het laatste moment niet de aangegeven rijrichting voor rechtdoor volgde maar plotseling rechtsaf reed.

Vervolgens zagen wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , dat de Renault de Prins Willem Alexanderbrug op reed. De maximumsnelheid op de Prins Willem Alexanderbrug is 100 KM/H.

Wij zagen dat het voertuig zijn snelheid bleef verhogen. Wij hebben vervolgens een snelheidsmeting uitgevoerd. Wij, verbalisanten, constateerden middels de geijkte boorsnelheidsmeter een snelheid van 165 KM/H waar 100 KM/H is toegestaan.

Vervolgens zagen wij dat het voertuig plotseling zijn snelheid verminderde door te remmen en richting aangaf en op de linkerrijstrook ging rijden. Wij zagen dat [aanvrager] zich aan de maximumsnelheid hield. Hierop moesten wij het voertuig passeren.

[…]

Vervolgens zagen wij dat [aanvrager] op de rotonde Prins Willem Alexanderbrug/Van Heemstraweg/Maas en Waalweg de rijstrook in de richting van Beneden-Leeuwen volgde. Gelet op de verhoogde rijbaan afscheiding was het voor ons, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , niet mogelijk om [aanvrager] nog te volgen.”

5 De beoordeling van het herzieningsverzoek

5.1

In de aanvraag tot herziening wordt gesteld dat het evident is dat de aanvrager tweemaal is veroordeeld voor hetzelfde feit en dat dit eerst na het onherroepelijk worden van het arrest in volle omvang is gebleken. Daarmee is volgens de aanvrager sprake van een gegeven dat het gerechtshof ten tijde van de behandeling in hoger beroep kennelijk niet bekend was en dat, indien het hof daarmee wel bekend was geweest, naar alle waarschijnlijkheid tot een andere einduitspraak had geleid en wel de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

5.2

Uit de inhoud van het dossier in de zaak met parketnummer 21-002310-24 volgt dat de aanvrager op 15 november 2023 éénmaal is gecontroleerd op zijn snelheid toen hij te Wamel in zijn personenauto reed. Daarbij is overtreding van de aldaar geldende maximale snelheid van 100 km per uur vastgesteld. Kennelijk heeft de aanvrager met zijn handeling (het rijden met een snelheid van ongeveer 151 kilometer per uur) twee verschillende verkeersborden genegeerd die aangaven dat de maximum snelheid op de Prins Willem-Alexanderweg te Wamel 100 kilometer per uur bedroeg. Voor deze overtredingen is hij afzonderlijk gedagvaard.

5.3

Ten eerste is de aanvrager op 11 maart 2024 door de officier van justitie van parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna:CVOM), gedagvaard voor een zitting van de kantonrechter op 31 mei 2024 wegens het in strijd is met een bord A1 van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV) – op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur is aangegeven – rijden met een snelheid van ongeveer 151 kilometer per uur (onder verwijzing naar art. 62 jo bord A1 RVV). Deze zaak heeft uiteindelijk geresulteerd in een onherroepelijke uitspraak van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2025, waarbij de aanvrager wegens de genoemde overtreding is veroordeeld tot een geldboete van € 810, subsidiair 16 dagen hechtenis. Ook is hem een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van vier maanden, waarvan 62 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

5.4

Daarnaast is de aanvrager op 5 september 2024 door de officier van justitie van parket CVOM gedagvaard voor een zitting van de kantonrechter van 25 november 2024 wegens het rijden met een snelheid van ongeveer 151 kilometer per uur (onder verwijzing naar art. 21 RVV).Uiteindelijk heeft deze zaak geleid tot de onherroepelijke uitspraak van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 waarop het herzieningsverzoek betrekking heeft en waarbij de aanvrager is veroordeeld tot een geldboete van € 800,00, subsidiair acht dagen hechtenis, waarvan € 400,00, subsidiair vier dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verder is de aanvrager de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, ontzegd voor de duur van twee maanden met aftrek van de tijd waarin het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze straf ingevorderd of ingehouden is geweest.

5.5

De veroordeelde is kortom twee maal vervolgd vanwege het overtreden van de snelheidslimiet met ongeveer 51 kilometer per uur. In de beide procesdossiers wordt in processen-verbaal gerelateerd dat de aangever op 15 november 2023 te Wamel de ter plaatse geldende snelheidslimiet heeft overschreden. De vervolging van deze snelheidsovertreding heeft, zoals hiervoor aangegeven, geleid tot twee ‘stromen’ in de strafrechtsketen en twee onherroepelijke rechterlijke uitspraken.

5.6

Gelet op de inhoud van het procesdossier in de zaak met parketnummer 21-000010-25 moet worden aangenomen dat het hof bij het wijzen van het arrest van 19 januari 2026 niet beschikte over (kennis van de inhoud van) de processen-verbaal in het procesdossier dat heeft geleid tot het arrest van 9 september 2025 en daarom niet bekend was met het gegeven dat de verdachte vanwege ‘hetzelfde feit’ in de zin van art. 68 Sr – te weten het op 15 november 2023 overschrijden van de maximum snelheid op de Prins-Willem Alexanderweg te Wamel – reeds op 9 september 2025 door hetzelfde hof was veroordeeld. In voormeld verband moet worden opgemerkt dat zich in het dossier waarover het hof bij de tweede veroordeling beschikte, een uittreksel justitiële documentatie betreffende de aanvrager d.d. 18 december 2025 bevond, waaruit volgt dat de aanvrager vanwege overtreding van art. 62 RVV op 9 september 2025 is veroordeeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ik meen dat de aanwezigheid van voornoemd uittreksel in dit geval evenwel niet maakt dat geen sprake is van een novum, nu het hof zonder nadere informatie over het in die zaak tenlastegelegde niet kon vaststellen dat die veroordeling betrekking had op ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr, zodat het hof evenmin kon oordelen over de eventuele niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie als gevolg daarvan.

5.7

Uit het voorgaande volgt naar mijn mening dat sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter die de veroordeling uitsprak niet bekend was en dat het ernstige vermoeden doet rijzen dat – indien dit gegeven bij de rechter bekend zou zijn geweest – het onderzoek in de strafzaak zou hebben geleid tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Op basis van het vorenstaande meen ik dat er grond is voor herziening.

5.8

Ik geef de Hoge Raad in overweging de zaak zelf af te doen, nu gelet op hetgeen ik in deze conclusie als omstandigheden van het geval heb weergegeven, evident sprake is van een tweede vervolging wegens ‘hetzelfde feit’ in de zin van art. 68 Sr en art. 68 Sr in dat geval met zich brengt dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, zal worden vernietigd en het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging, adviseer ik de Hoge Raad om redenen van doelmatigheid deze verwijzing achterwege laten en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.

6 Slotsom

6.1

Deze conclusie strekt tot gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening, tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 januari 2026 en van de uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland van 25 november 2024, en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de aanvrager ter zake van het tenlastegelegde.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Parketnummer: 21-000010-25. HR 11 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR3663. Vgl. de conclusie van mijn ambtgenoot Aben van 29 augustus 2023, ECLI:NL:PHR:2023:742, randnummers 27-28. Zie ook HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:633, r.o. 6.2.2, NJ 2022/41 m.nt. P.A.M. Mevis. Art. 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 luidt: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden”. Art. 21, aanhef en onder a, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 luidt:
“Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:
a. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur”.
Ten overvloede merk ik op dat van tegenstrijdige uitspraken geen sprake is. Dat de verdachte bij twee afzonderlijke arresten is veroordeeld terzake van twee gelijktijdige verkeersovertredingen, maakt niet dat die uitspraken ‘tegenstrijdig’ zijn. Zie in dat verband onder meer HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1559, r.o. 2.5. Vgl. HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2296 en HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:244.