Bestuursrecht overig
Raad van State · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht overig
Raad van State, 19 juni 2002
ECLI:NL:RVS:2002:AE4324 · Raad van State · 19 juni 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rvs-2002-ae4324
Zaakgegevens
Op 19 juni 2002 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juni 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 199901978/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2002:AE4324
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
199901978/1.
Datum uitspraak: 19 juni 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1. [appellanten], allen wonend te [woonplaats],
2. [appellant], wonend te [woonplaats],
3. [appellant], wonend te [woonplaats],
4. [appellanten], beiden wonend te [woonplaats],
5. [appellante], wonend te [woonplaats],
en
gedeputeerde staten van Limburg,
verweerders.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 juli 1999, kenmerk CB 2392, hebben verweerders krachtens de Wet milieubeheer aan de naamloze vennootschap "N.V. Deponie Limburg" een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een stortplaats op het adres Hazenweg 1 te Weert. Dit aangehechte besluit is op 4 augustus 1999 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 bij brief van 10 september 1999, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 1999, appellant sub 2 bij op 27 augustus 1999 bij de Raad van State ingekomen brief, appellant sub 3 bij brief van 13 september 1999, bij de Raad van State ingekomen op 14 september 1999, appellanten sub 4 bij brief van 13 september 1999, bij de Raad van State ingekomen op 14 september 1999, en appellante sub 5 bij brief van 13 september 1999, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 25 juni 2000. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 mei 2002, waar appellanten sub 1, 2 en 3, vertegenwoordigd door mr. P.J.G. Goumans, advocaat te Roermond, en verweerders, vertegenwoordigd door G.L.H. Broen en ing. H.P.G. Vinken, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigden], gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Bij besluit van 17 juli 2001 is voor de inrichting krachtens de Wet milieubeheer een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4 van deze wet verleend. Bij uitspraak van heden, nummer 200104387/1, heeft de Afdeling beslist op het tegen dat besluit ingestelde beroep. Daarbij is de vergunning, op twee voorschriften na, in stand gebleven. Dit brengt, gezien het bepaalde in artikel 8.4, vierde lid, van de Wet milieubeheer, mee dat de bij het besluit van 20 juli 1999 verleende vergunning is vervallen. Voor het oordeel dat appellanten niettemin nog een processueel belang hebben bij de behandeling van de tegen dit besluit ingestelde beroepen, bestaat geen grond.
2.2. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen niet-ontvankelijk.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. J.R. Schaafsma en mr. J.A.M. van Angeren, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Van der Zijpp
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2002
262.