Bestuursrecht overig
Bij uitspraak van 6 juli 1989 in zaak nr. R03.89.2182/LW 12 heeft de Afdeling rechtspraak het beroep tegen de…
Raad van State, 5 september 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BX6511 · Raad van State · 5 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/herziening/ecli-nl-rvs-2012-bx6511
Zaakgegevens
Op 5 september 2012 heeft de Raad van State in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201203421/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- HerzieningHerzieningEen onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BX6511
Samenvatting
Bij uitspraak van 6 juli 1989 in zaak nr. R03.89.2182/LW 12 heeft de Afdeling rechtspraak het beroep tegen de beschikking van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 15 maart 1989, kenmerk H 64358, waarbij het voor onbepaalde tijd het gebruik van het pand Koningslaan 50 (hierna: het pand) te Amsterdam heeft gevorderd, verworpen. Deze uitspraak is aangehecht.
Uitspraak
201203421/1/A3.
Datum uitspraak: 5 september 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te Amsterdam,
om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 6 juli 1989 in zaak nr. R03.89.2182/LW 12.
Procesverloop
Bij uitspraak van 6 juli 1989 in zaak nr. R03.89.2182/LW 12 heeft de Afdeling rechtspraak het beroep tegen de beschikking van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 15 maart 1989, kenmerk H 64358, waarbij het voor onbepaalde tijd het gebruik van het pand Koningslaan 50 (hierna: het pand) te Amsterdam heeft gevorderd, verworpen. Deze uitspraak is aangehecht.
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft het college een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 augustus 2012, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A. Ocko, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. [verzoeker] baseert het verzoek om herziening op het betoog dat de Afdeling rechtspraak in de uitspraak van 6 juli 1989 ten onrechte heeft overwogen dat de bestemming en de feitelijke gebruiksmogelijkheden van het pand van dien aard zijn dat van een woning in de zin van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a(1) van de Woonruimtewet 1947 moet worden gesproken. Volgens hem was het pand een bedrijfspand. Ter motivering van zijn betoog heeft [verzoeker] stukken overgelegd die het college volgens hem destijds buiten het dossier heeft gehouden en waarover hij ook niet eerder kon beschikken. Uit die stukken volgt volgens hem dat het college destijds wist dat het pand geen woning was, maar een bedrijfspand. Verder heeft het college in zaak nr. R03.89.2182/LW 12 een uittreksel uit het gemeentekadaster overgelegd waarin staat vermeld dat de bestemming van het pand "bewoning" is. In de administratie van het gemeentekadaster werden echter slechts de termen "woning" en "niet-bewoning" gebruikt. Voorts is het woord "bewoning" een bijvoeglijk naamwoord en kon het daarom niet worden gebruikt om de bestemming van het pand aan te duiden. Het uittreksel was dan ook onjuist, aldus [verzoeker].
2.1. De stukken die [verzoeker] heeft overgelegd en heeft gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 erop, voor zover niet reeds overgelegd in zaak nr. R03.89.2182/LW 12, zien alle op feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van 6 juli 1989 en hadden [verzoeker] redelijkerwijs bekend kunnen zijn en kunnen reeds daarom niet leiden tot herziening van die uitspraak. De stukken die niet zijn gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 erop alsmede het stuk dat is gemarkeerd met een rode stikker met het nummer 2 en tevens het nummer 25 erop hebben, gelet op hun inhoud, geen betrekking op de zaak waarvan herziening is verzocht, en kunnen daarom evenmin leiden tot herziening.
3. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Reuveny, ambtenaar van staat.
w.g. Van Altena w.g. Reuveny
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2012
622.