Bestuursrecht overig

Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling…

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Raad van State in een herzieningsprocedure uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
5 februari 2026
Zaaknummer
202506095/1/A2
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:677
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

Uitspraak

202506095/1/A2.

Datum uitspraak: 11 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5802.

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 december 2025, in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft ongegrond verklaard.

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 3 februari 2026, waar [verzoeker] is verschenen.

Overwegingen

1.       Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.       De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

3.       Naar het oordeel van de Afdeling heeft [verzoeker] geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Wat [verzoeker] heeft aangevoerd komt neer op een heropening van het debat, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 3 december 2025. Zoals onder 2 is overwogen, kan dat niet leiden tot herziening van de uitspraak.

4.       Het herzieningsverzoek wordt afgewezen. De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek om herziening af.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.

w.g. Jurgens

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rietveld

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026

1064