Bestuursrecht overig
De Afdeling heeft [appellant], in het kader van zijn betoog in het hogerberoepschrift, bij brief van 22…
ECLI:NL:RVS:2014:4756 · Raad van State · 17 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rvs-2014-4756
Zaakgegevens
Op 17 december 2014 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 17 december 2014
- Datum publicatie
- 31 december 2014
- Zaaknummer
- 201403498/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:4756
Samenvatting
De Afdeling heeft [appellant], in het kader van zijn betoog in het hogerberoepschrift, bij brief van 22 oktober 2014 in de gelegenheid gesteld om alsnog met stukken aan te tonen of en, zo ja, welke kosten voor kinderopvang hij in 2009 heeft gehad.
Procesgang
Raad van State · 17 december 2014deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2014:4756
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:1638Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201403498/1/A2.
Datum uitspraak: 17 december 2014 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats],
appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2014 in zaak nr. 13/3290 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Openbare zitting gehouden op 17 december 2014 om 11:30 uur. Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij voorzitter
Griffier: mr. A.J. de Heer Verschenen:
De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door drs. J.G.C. van de Werken, werkzaam bij deze dienst. Het hoger beroep richt zich tegen voormelde uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2014. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling:
bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe overweegt zij het volgende. De Afdeling heeft [appellant], in het kader van zijn betoog in het hogerberoepschrift, bij brief van 22 oktober 2014 in de gelegenheid gesteld om alsnog met stukken aan te tonen of en, zo ja, welke kosten voor kinderopvang hij in 2009 heeft gehad. [appellant] heeft bij brief van 21 november 2014 meegedeeld niet te beschikken over nadere stukken ter onderbouwing van deze kosten. Nu zich in het dossier evenmin stukken bevinden, zoals bewijzen van geldopnames of bankoverschrijvingen, waaruit blijkt dat [appellant], naar gesteld, de gastouder contant heeft betaald, heeft [appellant] niet aangetoond dat hij in het jaar 2009 alle kosten voor kinderopvang heeft voldaan. Het voorgaande brengt de Afdeling tot de conclusie dat het betoog faalt. w.g. Verheij w.g. De Heer
lid van de enkelvoudige kamer griffier 636.