Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 20 mei 2014, waarbij het bestemmingsplan "Drachten…

Zaakgegevens

Op 13 juli 2015 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
13 juli 2015
Datum publicatie
22 juli 2015
Zaaknummer
201407958/2/R4
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2015:2352
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 20 mei 2014, waarbij het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen en Noorderhogeweg" is vastgesteld.

Uitspraak

201407958/2/R4.

Datum uitspraak: 13 juli 2015 AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RetailPlan B.V., gevestigd te Drachten, gemeente Smallingerland,

appellante, en de raad van de gemeente Smallingerland,

verweerder. Openbare zitting gehouden op 13 juli 2015 om 10.00 uur. Tegenwoordig:

Staatsraad mr. W.D.M. van Diepenbeek voorzitter

Staatsraad mr. J.G.C. Wiebenga lid

Staatsraad mr. E.A. Minderhoud rapporteur (rapp.) griffier: mr. A. Bijleveld Verschenen:

RetailPlan B.V., vertegenwoordigd door W. Eilering;

de raad, vertegenwoordigd door J. Lobbezoo en W. Dijkstra, beiden werkzaam bij de gemeente. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 20 mei 2014, waarbij het bestemmingsplan "Drachten - Tussendiepen en Noorderhogeweg" is vastgesteld. De Afdeling

verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende. Het beroep van RetailPlan B.V. heeft betrekking op het perceel Tussendiepen 2-4 te Drachten. Ter zitting is gebleken dat RetailPlan B.V. geen zakelijk recht heeft op dit perceel. In het betoog van RetailPlan B.V. dat zij met de gemeente in gesprek is over een mogelijke herontwikkeling van het perceel en met anderen een samenwerkingsovereenkomst daarover heeft gesloten, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat RetailPlan B.V. een rechtstreeks en actueel belang heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Dat RetailPlan B.V. geschillen heeft met het college van burgemeester en wethouders over omgevingsvergunningen maakt dit niet anders, te minder nu deze ontwikkelingen dateren van na de hier van belang zijnde datum. w.g. Van Diepenbeek w.g. Bijleveld

voorzitter griffier 433.