Bestuursrecht overig

Het verzoek richt zich tegen de beslissing van 31 augustus 2026, waarbij het college van bestuur van Gilde…

Raad van State, 17 september 2026

Zaakgegevens

Op 17 september 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17 september 2026
Datum publicatie
24 september 2026
Zaaknummer
202602815/2/A2
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5692
E-mail

Samenvatting

Het verzoek richt zich tegen de beslissing van 31 augustus 2026, waarbij het college van bestuur van Gilde Opleidingen heeft geweigerd [verzoekster] in te schrijven voor de MBO 4-opleiding Verpleegkundige ziekenhuis (de opleiding). [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om te worden toegelaten tot de opleiding, zodat zij kan beginnen met de opleiding en zodoende geen studievertraging oploopt.

Uitspraak

202602815/2/A2.

Datum uitspraak: 17 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], wonend in [woonplaats],

verzoekster,

en

het college van bestuur van Gilde Opleidingen (CvB),

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 17 september 2026 om 15:15 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad: mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter

griffier: mr. D.T.J. van de Voort

Verschenen:

[verzoekster], bijgestaan door N. Matula, rechtsbijstandverlener in Sittard;

het CvB, vertegenwoordigd door J.M.A. Hegeman en mr. L. Popara.

Het verzoek richt zich tegen de beslissing van 31 augustus 2026, waarbij het CvB heeft geweigerd [verzoekster] in te schrijven voor de MBO 4-opleiding Verpleegkundige ziekenhuis (de opleiding). [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om te worden toegelaten tot de opleiding, zodat zij kan beginnen met de opleiding en zodoende geen studievertraging oploopt.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Gronden:

-        Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

-        Vaststaat dat [verzoekster] niet voldoet aan de vooropleidingseisen voor de opleiding.

-        Daarnaast heeft het CvB gesteld dat voor de opleiding, vanwege het beperkt aantal stageplaatsen in de ziekenhuizen, een zogenoemde numerus fixus geldt. Voor de opleiding zijn 92 opleidingsplaatsen beschikbaar, die alle gevuld zijn en ook al gevuld waren op het moment van inschrijving door [verzoekster] op 6 juli 2026. Dit komt mede omdat aspirant-studenten zich al vanaf 1 april 2026 voor de opleiding konden inschrijven en plaatsen worden toegekend op basis van volgorde van inschrijven. De voorzieningenrechter ziet geen enkele aanleiding om aan deze mededeling van het CvB te twijfelen. Dit kan eventueel nader in de bezwaarprocedure tegen de beslissing van 31 augustus 2026 worden onderzocht.

-        Daarbij komt dat uit het door [verzoekster] afgelegde toelatingsonderzoek volgt dat zij niet geschikt is om de opleiding op het door haar beoogde niveau te volgen. Weliswaar betoogt [verzoekster] dat het toelatingsonderzoek onzorgvuldig is verlopen, maar de voorzieningenrechter ziet voorlopig oordelend geen aanleiding om aan te nemen dat het onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd.

-        Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening af.

-        Het CvB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Daalder

voorzieningenrechter

w.g. Van de Voort

griffier

1062