Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 29 maart 2016, waarbij het bestemmingsplan…

Raad van State, 29 maart 2016

Zaakgegevens

Op 29 maart 2016 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
29 maart 2016
Datum publicatie
13 april 2016
Zaaknummer
201600808/2/R6
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2016:1018
E-mail

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 29 maart 2016, waarbij het bestemmingsplan "Voorburggracht 224 Zuid-Scharwoude" is vastgesteld.

Uitspraak

201600808/2/R6.

Datum uitspraak: 29 maart 2016 AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Deen Winkels B.V. en Deen Vastgoed Winkels B.V., beide gevestigd te Hoorn, (hierna tezamen in enkelvoud: Deen)

verzoekster, en de raad van de gemeente Langedijk,

verweerder. Openbare zitting gehouden op 29 maart 2016 om 10.00 uur. Tegenwoordig:

Staatsraad mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzieningenrechter Griffier: mr. Y. Verhage Verschenen:

Deen, vertegenwoordigd door mr. W.J.M. Loomans, advocaat te Hoorn;

De raad, vertegenwoordigd door J.F. Vijn, N. de Niet, mr. I.G.M. Servais-Picord en O.H. Stom, allen werkzaam bij de gemeente;

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hoorne B.V., vertegenwoordigd door mr. R.A.M. Schram, advocaat te Haarlem. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 29 maart 2016, waarbij het bestemmingsplan "Voorburggracht 224 Zuid-Scharwoude" is vastgesteld. Deen heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter

wijst het verzoek af. Daartoe overweegt hij het volgende. Met het verzoek is geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat Hoorne ter zitting heeft verklaard dat zij voornemens is pas over 4 maanden over te gaan tot het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Van de kant van de raad is toegezegd dat Deen onmiddellijk op de hoogte wordt gesteld van de binnenkomst van een op het plangebied betrekking hebbende aanvraag van een omgevingsvergunning. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Van Diepenbeek w.g. Verhage

voorzieningenrechter griffier 655.