Bestuursrecht overig

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 mei 2018, verzonden op 30 mei 2018, van de rechtbank…

Raad van State, 13 juni 2018

Zaakgegevens

Op 13 juni 2018 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
13 juni 2018
Datum publicatie
20 juni 2018
Zaaknummer
201804785/2/A1
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:2069
E-mail

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 mei 2018, verzonden op 30 mei 2018, van de rechtbank. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

201804785/2/A1.

Datum uitspraak: 13 juni 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 24 mei 2018 in zaak nr. 17/7133 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te 's-Gravenhage,

en

het college.

Openbare zitting gehouden op 13 juni 2018 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter

griffier: mr. S. Vermeulen

Verschenen:

Het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.C. Hocks ;

[wederpartij], vertegenwoordigd door mr. C. van Sadelhoff, advocaat te Den Haag.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 24 mei 2018, verzonden op 30 mei 2018, van de rechtbank. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter

I.    wijst het verzoek af;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Gronden

•     Door uitvoering te geven aan de uitspraak die hij in hoger beroep bestrijdt, erkent het college niet dat deze uitspraak juist is.

•    Als het college in de hoofdzaak in het gelijk wordt gesteld en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, is er geen vergunning van rechtswege verleend en ontvalt de grondslag aan de bekendmaking.

•    Niet is gebleken dat het college wordt benadeeld als er in de periode tot de uitspraak in hoofdzaak van wordt uitgegaan dat sprake is van een vergunning van rechtswege.

w.g. Borman    w.g. Vermeulen

voorzieningenrechter    griffier    

700.