Bestuursrecht overig

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de…

Zaakgegevens

Op 11 februari 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 februari 2022
Datum publicatie
11 februari 2022
Zaaknummer
202200848/1/A2
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:453
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven van 4 februari 2022, waarbij is beslist over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven op 16 maart 2022.

Uitspraak

202200848/1/A2.

Datum uitspraak: 11 februari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant], wonend te Duiven,

appellant,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven (hierna: het centraal stembureau),

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 11 februari 2022 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter

Staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid

Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos, lid

griffier: mr. M.A. Nieuwenhuizen

Verschenen:

het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Geleijnse;

de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. R.N.A. Al.

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 4 februari 2022, waarbij is beslist over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Duiven op 16 maart 2022.

Beslissing

De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

•       In artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet is een limitatieve opsomming gegeven van de gevallen waarin het centraal stembureau een kandidaat van de lijst schrapt;

•       [appellant] heeft aangevoerd dat dertien kandidaten op zes geldig verklaarde kandidatenlijsten de afgelopen raadsperiode als lid van de gemeenteraad of als lid van het college van burgemeester en wethouders hun taken niet naar behoren hebben uitgevoerd;

•       Het aldus aangevoerde is niet aan te merken als een van de in artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet vermelde gevallen.

w.g. Borman

voorzitter    

w.g. Nieuwenhuizen

griffier

633