Bestuursrecht overig

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland een…

Raad van State, 27 juni 2023

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
30 juni 2023
Zaaknummer
202204581/1/R2
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2535
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland een handhavingsverzoek over bedreigende en negatieve activiteiten op de instandhoudingsdoelen van dier- en plantensoorten in de uiterwaarden die vallen binnen het Gelders Natuurnetwerk/Habitat/Natura 2000 van de Stichting afgewezen.

Uitspraak

202204581/1/R2.

Datum uitspraak: 27 juni 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

Stichting Dorp en Landschap Bommelerwaard,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 juni 2022 in zaak nr. 21/3876 in het geding tussen:

de Stichting

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland.

Openbare zitting gehouden op 27 juni 2023 om 10:15 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. M. Scheele

jurist: mr. E.J. Oude Nijhuis

Verschenen:

Op de zitting is geen van de partijen verschenen. De Afdeling heeft vastgesteld dat de uitnodigingen tijdig, naar het juiste adres en aangetekend zijn verzonden.

Bij besluit van 2 februari 2021 heeft het college een handhavingsverzoek over bedreigende en negatieve activiteiten op de instandhoudingsdoelen van dier- en plantensoorten in de uiterwaarden die vallen binnen het Gelders Natuurnetwerk/Habitat/Natura 2000 van de Stichting afgewezen.

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college het bezwaar van de Stichting niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 20 juni 2022 het beroep gegrond verklaard, en op grond van artikel 8:72, derde lid van de Awb, zelf voorzien in de zaak en het bezwaar van de Stichting wel ontvankelijk maar ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak van 20 juni 2022.

De Afdeling

bevestigt de voor zover aangevallen uitspraak.

Redenen voor dit oordeel:

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bezwaar van de Stichting ongegrond is. Het verzoek tot handhaving is onvoldoende concreet om over te kunnen gaan tot onderzoek naar handhaving.

De Afdeling is daarbij, net zoals de rechtbank, van oordeel dat de Stichting in haar verzoek verwijst naar meerdere handelingen binnen een groot gebied van diverse aard, maar dat zij onvoldoende vermeldt welke overtredingen begaan zijn en op welke locaties dit plaats heeft gevonden. Weliswaar heeft de Stichting tijdens de hoorzitting in bezwaar een lijst overgelegd van concrete meldingen die zijn gedaan, maar dit betreft voor het overgrote deel meldingen waarbij ook vermeld is dat deze zijn afgehandeld, dan wel waarvan onvoldoende duidelijk is of die melding ook een overtreding betreft en zo ja wat voor overtreding dit is. De rechtbank heeft hier terecht de conclusie aan verbonden dat het college geen nader onderzoek hoefde te doen naar de gestelde overtredingen en het handhavingsverzoek hierom mocht afwijzen.

Het hoger beroep is ongegrond.

Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Minderhoud

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Scheele

griffier

723-1045