Bestuursrecht overig
[appellante] is meerderjarig en woont bij haar ouders. Bij besluit van 21 september 2023 heeft de…
ECLI:NL:RVS:2023:3789 · Raad van State · 9 oktober 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rvs-2023-3789
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2023 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2023
- Datum publicatie
- 12 oktober 2023
- Zaaknummer
- 202306270/1/A3 en 202306270/2/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:3789
Samenvatting
[appellante] is meerderjarig en woont bij haar ouders. Bij besluit van 21 september 2023 heeft de burgemeester op grond van de Wet tijdelijk huisverbod een huis- en contactverbod aan [appellante] opgelegd. Het contactverbod houdt in dat zij geen contact met haar ouders mag hebben.
Uitspraak
202306270/1/A3 en 202306270/2/A3.
Datum uitspraak: 9 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te Den Haag,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 oktober 2023 in zaak nrs. C/09/654470 en C/09/654668 in het geding tussen:
[appellante]
en
de burgemeester van Den Haag.
Openbare zitting gehouden op 9 oktober 2023 om 14:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad W. den Ouden, voorzieningenrechter
Griffier: mr. R.J.A. Meerman
Verschenen:
[appellante], bijgestaan door mr. N. Claassen, advocaat te Rotterdam;
De burgemeester van Den Haag, vertegenwoordigd door mr. M.J.F.P. Larive-Bonsen;
Veilig Thuis Haaglanden, vertegenwoordigd door [gemachtigde];
[persoon A] en [persoon B], ouders van [appellante].
Procesverloop
[appellante] is meerderjarig en woont bij haar ouders. Bij besluit van 21 september 2023 heeft de burgemeester op grond van de Wet tijdelijk huisverbod een huis- en contactverbod aan [appellante] opgelegd. Het contactverbod houdt in dat zij geen contact met haar ouders mag hebben.
Bij besluit van 28 september 2023 heeft de burgemeester het huis- en contactverbod verlengd tot en met 19 oktober 2023 om 15.31 uur.
Bij uitspraak van 3 oktober 2023 heeft de rechtbank Den Haag het beroep tegen deze besluiten ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. [appellante] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
Gronden
• Tijdens de zitting heeft [appellante] te kennen gegeven dat zij graag alleen een oordeel wil over het contactverbod met haar moeder. De andere gronden van haar hoger beroep heeft zij ingetrokken. De Afdeling beoordeelt daarom alleen het deel van de uitspraak van de rechtbank dat gaat over het contactverbod met haar moeder.
• Uit de stukken in het dossier blijkt dat er sprake is geweest van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de bewoners dan wel dat in ieder geval een ernstig vermoeden van dit gevaar bestond. Het huis- en contactverbod dat daarom werd opgelegd is bedoeld om een afkoelingsperiode te creëren om verdere escalatie te voorkomen en om hulpverlening op te starten.
• De hulpverlening is vooralsnog niet goed op gang gekomen. Er is een eerste netwerkgesprek geweest, maar er zijn nog geen concrete veiligheidsafspraken gemaakt. Als [appellante] weer contact met haar moeder zou mogen hebben, is daarom niet gegarandeerd dat zij elkaar op een veilige wijze zullen spreken.
• Het contact kan zonder verdere afspraken bovendien gemakkelijk leiden tot een loyaliteitsconflict voor de moeder van [appellante] omdat zij tussen haar man en dochter in staat. De moeder van [appellante] heeft dit tijdens de zitting zelf ook aangegeven. Daarnaast is het waarschijnlijk dat [appellante] en haar moeder bij contact het familieconflict met elkaar zullen bespreken. Haar vader en de hulpverleners zijn daar dan niet bij aanwezig. Dat kan het hulpverleningsproces negatief beïnvloeden.
w.g. Den Ouden
voorzieningenrechter
w.g. Meerman
griffier
960