Bestuursrecht overig
Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam van 25…
ECLI:NL:RVS:2025:3162 · Raad van State · 3 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rvs-2025-3162
Zaakgegevens
Op 3 juli 2025 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2025
- Datum publicatie
- 11 juli 2025
- Zaaknummer
- 202502601/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:3162
Samenvatting
Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam van 25 maart 2025, waarbij het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het geschil betreft de vraag of het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. [appellant] heeft een verzoek tot inschrijving ingediend voor de bacheloropleiding Fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Het college heeft dit verzoek aanvankelijk op 12 september 2024 afgewezen, omdat hij niet had aangetoond het collegegeld te hebben betaald. [appellant] heeft bezwaar gemaakt en daarbij gewezen op een afgegeven machtiging voor de incasso van het collegegeld.
Uitspraak
202502601/1/A2.
Datum uitspraak: 3 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (hierna: het college),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 3 juli 2025 om 14:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter
griffier: mr. S. Yildiz
Verschenen:
[appellant];
Het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Wijnen-Verhoek
Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 25 maart 2025, waarbij het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het geschil betreft de vraag of het college het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
De Afdeling
verklaart het beroep ongegrond.
Daartoe overweegt zij het volgende.
[appellant] heeft een verzoek tot inschrijving ingediend voor de bacheloropleiding Fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Het college heeft dit verzoek aanvankelijk op 12 september 2024 afgewezen, omdat hij niet had aangetoond het collegegeld te hebben betaald. [appellant] heeft bezwaar gemaakt en daarbij gewezen op een afgegeven machtiging voor de incasso van het collegegeld. Naar aanleiding van het bezwaar van [appellant] is hij alsnog ingeschreven voor de door hem beoogde studie. Anders dan [appellant] betoogt, is met het bewijs van inschrijving en de e-mail van 24 oktober 2024 alsnog in positieve zin beslist op zijn verzoek tot inschrijving. Daarmee is het besluit van 12 september 2024 herroepen. [appellant] heeft dus bereikt wat hij met het maken van het bezwaar heeft beoogd, namelijk dat hij alsnog is ingeschreven. Hiermee is het college volledig tegemoet gekomen aan het bezwaar van [appellant]. Dat betekent ook dat, anders dan [appellant] betoogt, zijn bezwaar zich niet mede richtte tegen de beslissing om hem alsnog in te schrijven. Dat [appellant], om hem moverende redenen zoals hij zegt, nadien niet langer ingeschreven wenste te zijn, maakt dit niet anders. Zijn bezwaar was daarop namelijk wel gericht. Gelet hierop had hij geen procesbelang meer en heeft het college zijn bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Al het overige dat [appellant] heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden en laat de Afdeling onbesproken.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Yildiz
griffier
594