Bestuursrecht overig

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 20 januari 2026 van de rechtbank Noord­-Nederland. De…

Raad van State, 2 april 2026

Zaakgegevens

Op 2 april 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
8 april 2026
Zaaknummer
202600645/2/A3
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1916
E-mail

Samenvatting

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 20 januari 2026 van de rechtbank Noord­-Nederland. De burgemeester van Emmen heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

202600645/2/A3.

Datum uitspraak: 2 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de voorzieningenrechter) op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

De burgemeester van Emmen,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 januari 2026 in zaak nr. 25/1245 in het geding tussen:

Mood Company B.V., gevestigd in Emmen,

en

de burgemeester.

Openbare zitting gehouden op 2 april 2026 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad: mr. C.J. Borman, de voorzieningenrechter

griffier: mr. W. Dijkshoorn

Verschenen:

de burgemeester, vertegenwoordigd door N. Dimitroff, bijgestaan door mr. K. Croezen, advocaat in Emmen, (beiden verschenen via een digitale verbinding);

Mood Company B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde].

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 20 januari 2026 van de rechtbank Noord­-Nederland. De burgemeester van Emmen heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorziening.

Gronden:

•       De rechtbank heeft een gemotiveerd oordeel gegeven op het beroep.

•       Naar voorlopig oordeel zijn de overwegingen die de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan haar beslissing juist.

•       De passage uit de nota van toelichting bij het Alcoholbesluit waar de burgemeester op wijst, doet er niet aan af dat de Alcoholwet zelf geen grondslag biedt voor het standpunt van de burgemeester.

•       Omdat de voorzieningenrechter verwacht dat de aangevallen uitspraak standhoudt, wordt de gevraagde voorziening geweigerd.

w.g. Borman

voorzieningenrechter

w.g. Dijkshoorn

griffier

735