Bestuursrecht overig

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 19 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders…

Raad van State, 3 september 2026

Zaakgegevens

Op 3 september 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
3 september 2026
Datum publicatie
8 september 2026
Zaaknummer
202602127/2/R1
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5274
E-mail

Samenvatting

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 19 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam onder meer locatie […] ter hoogte van de [locatie] heeft aangewezen voor het aanbieden van grof afval. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft op de zitting te kennen gegeven dat de markeringen voor de aanbiedlocatie […] niet worden aangebracht en de aanbiedlocatie […] niet in gebruik wordt genomen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Alleen al daarom ontbreekt in dit geval een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Uitspraak

202602127/2/R1.

Datum uitspraak: 3 september 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend in Amsterdam,

verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 3 september 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter

griffier: mr. L.A. van Heusden

Verschenen:

[verzoeker];

Het college, vertegenwoordigd door mr. D.R. van Ee, bijgestaan door M.I. Eltenberg.

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 19 mei 2026, waarbij het college onder meer locatie […] ter hoogte van de [locatie] heeft aangewezen voor het aanbieden van grof afval. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter

wijst het verzoek af.

Gronden:

Het college heeft op de zitting te kennen gegeven dat de markeringen voor de aanbiedlocatie […] niet worden aangebracht en de aanbiedlocatie […] niet in gebruik wordt genomen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Alleen al daarom ontbreekt in dit geval een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Van den Biggelaar

voorzieningenrechter

w.g. Van Heusden

griffier

647-1099