Bestuursrecht overig

De vereniging Oranje Republikeinse Democratische Alliantie der Oranje Republikeinse Piraten (ORDA) heeft op…

Raad van State, 16 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 oktober 2026
Datum publicatie
16 oktober 2026
Zaaknummer
202603025/1/A2
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6145
E-mail

Samenvatting

De vereniging Oranje Republikeinse Democratische Alliantie der Oranje Republikeinse Piraten (ORDA) heeft op 28 september 2026 beroep ingesteld in verband met de gemeenteraadsverkiezingen in Hilversum op 18 november 2026. De gemeenten Wijdemeren en Hilversum worden heringedeeld, waarbij Wijdemeren wordt opgeheven en het grondgebied van deze gemeente wordt toegevoegd aan Hilversum. Naar aanleiding van deze herindeling wordt op 18 november 2026 de gemeenteraad van Hilversum opnieuw gekozen. In de uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3194) heeft de Afdeling geoordeeld dat zij in het vervolg bij procedures die ORDA bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of zij met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt. De Afdeling zal er, gelet op het patroon in het procedeergedrag van ORDA en haar [voorzitter], voorshands vanuit gaan dat daarvan sprake is. De Afdeling is van oordeel dat ORDA met deze procedure misbruik maakt van het recht om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te mogen wenden.

Uitspraak

202603025/1/A2.

Datum uitspraak: 16 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) in het geding tussen:

de vereniging Oranje Republikeinse Democratische Alliantie der Oranje Republikeinse Piraten (ORDA), gevestigd in Nijmegen,

appellante,

en

het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Hilversum (het centraal stembureau),

verweerder.

Procesverloop

ORDA heeft op 28 september 2026 beroep ingesteld in verband met de gemeenteraadsverkiezingen in Hilversum op 18 november 2026.

ORDA heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       De gemeenten Wijdemeren en Hilversum worden heringedeeld, waarbij Wijdemeren wordt opgeheven en het grondgebied van deze gemeente wordt toegevoegd aan Hilversum. Naar aanleiding van deze herindeling wordt op 18 november 2026 de gemeenteraad van Hilversum opnieuw gekozen.

2.       ORDA heeft beroep bij de Afdeling ingesteld.

3.       In de uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3194) heeft de Afdeling geoordeeld dat zij in het vervolg bij procedures die ORDA bij haar aanhangig maakt steeds eerst zal onderzoeken of zij met die nieuwe procedure misbruik van recht maakt. De Afdeling zal er, gelet op het patroon in het procedeergedrag van ORDA en haar [voorzitter], voorshands vanuit gaan dat daarvan sprake is.

4.       De Afdeling is van oordeel dat ORDA met deze procedure misbruik maakt van het recht om bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aan te mogen wenden. Daartoe overweegt zij als volgt.

5.       Het beroepschrift van ORDA en de nadien door haar ingezonden nadere stukken bevatten grotendeels verschillende, niet ter zake doende uitweidingen en betogen die soms ernstige verwijten en beledigingen aan het adres van verschillende individuen bevatten, onder wie (voormalige) politici, ambtenaren, rechters, de Afdeling en leden van het Koningshuis. In het beroepschrift is lastig te ontwaren waar het ORDA inhoudelijk om te doen is. Dit past in een patroon dat ORDA steeds opnieuw laat zien.

Daarbij komt dat ORDA de nadere stukken zonder toestemming van de griffie via een e-mailadres heeft ingediend dat daarvoor niet was bestemd en dit ook is blijven doen, ondanks dat vanaf dit e-mailadres een automatisch antwoord wordt verzonden dat zonder toestemming van de griffiemedewerker geen inhoudelijke stukken via dat e-mailadres mogen worden ingediend, en dat toch ingediende stukken niet in behandeling worden genomen. Omdat het initiële beroepschrift wel via de geëigende weg is ingediend, kan niet worden geoordeeld dat ORDA niet wist via welke weg zij stukken moest indienen. Dit procedeergedrag duidt op het doelbewust willen frustreren van de rechtsgang.

Verder heeft ORDA slechts € 39,70 van het verschuldigde griffierecht van € 397,00 binnen de daarvoor gestelde termijn voldaan, onder de mededeling dat de rest op een later moment zou worden betaald. Dit past in een patroon van het procedeergedrag van ORDA dat zij de afgelopen jaren in meerdere procedures bij de Afdeling heeft laten zien en waarop de Afdeling in de hiervoor genoemde uitspraak van 3 juni 2026 ook al heeft gewezen.

Uit dit samenstel van gedragingen kan de Afdeling niet anders concluderen dan dat het vermoeden van misbruik van recht niet is weerlegd. Geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat ORDA daadwerkelijk rechtsbescherming vraagt.

6.       Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

7.       Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026

705