Bestuursrecht overig

Bij uitspraak van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1 en 200305109/2, heeft de Afdeling de uitspraak van…

Raad van State, 2 juni 2004

Zaakgegevens

Op 2 juni 2004 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
2 juni 2004
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
200403344/1 en 200403344/2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP1058
E-mail

Samenvatting

Bij uitspraak van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1 en 200305109/2, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Almelo van 23 juli 2003, bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Uitspraak

200403344/1 en 200403344/2.

Datum uitspraak: 2 juni 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het verzoek van:

de besloten vennootschap “BM Vastgoed B.V.”, gevestigd te Otterlo, verzoekster,

om herziening (artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 10 oktober 2003, in zaak no. 200305109/1 en 200305109/2, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Almelo van 23 juli 2003, bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Bij brief van 15 april 2004 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak, voorzover daarbij de uitspraak van de rechtbank van 23 juli 2003 is bevestigd (zaak no. 200305109/1) te herzien. Bij deze brief heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 11 mei 2004 heeft verzoekster nadere stukken ingediend.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 mei 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door B. Mets, en de gemeente Hof van Twente, vertegenwoordigd door mr. A. Ouwehand, gemachtigde, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Voorzitter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.3. In het verzoekschrift heeft verzoekster vermeld waarom zij het niet eens is met de uitspraak. Feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb zijn door verzoekster niet aangevoerd. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er evenwel niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.

2.4. Het verzoek om herziening dient derhalve te worden afgewezen.

2.5. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. wijst het verzoek om herziening af;

II. wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2004

164-465.