Bestuursrecht overig
Bij besluit van 31 mei 2005, kenmerk MB/05.030514/A, verzonden 3 juni 2005, heeft verweerder ten aanzien van…
Raad van State, 7 juli 2005
ECLI:NL:RVS:2005:AT9256 · Raad van State · 7 juli 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2005-at9256
Zaakgegevens
Op 7 juli 2005 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 200505206/1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2005:AT9256
Samenvatting
Bij besluit van 31 mei 2005, kenmerk MB/05.030514/A, verzonden 3 juni 2005, heeft verweerder ten aanzien van het verzoek van [partij] besloten het zonder revisievergunning, als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer, veranderen van haar inrichting, gelegen aan de [locatie] te [plaats], te gedogen.
Uitspraak
200505206/1.
Datum uitspraak: 7 juli 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], beiden wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Flevoland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 31 mei 2005, kenmerk MB/05.030514/A, verzonden 3 juni 2005, heeft verweerder ten aanzien van het verzoek van [partij] besloten het zonder revisievergunning, als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer, veranderen van haar inrichting, gelegen aan de [locatie] te [plaats], te gedogen.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij brief van 12 juni 2005, bij de Raad van State ingekomen op 14 juni 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 juli 2005, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. R. Orie, mr. J. Visbeen en ing. G.P. Bouwhuis, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar namens [partij] gehoord, mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Deventer.
2. Overwegingen
2.1. Verzoekers voeren aan dat verweerder ten onrechte de activiteiten van de inrichting op zaterdag en zondag gedoogt. Zij stellen hiervan overlast te ondervinden.
2.2. Niet in geschil is dat wordt gehandeld in strijd met artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer, zodat verweerder terzake handhavend kon optreden.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
2.2.1. De Voorzitter stelt vast dat verweerder bij besluit van 7 juni 2005 aan [partij] een revisievergunning heeft verleend waarin de gevraagde activiteiten van [partij] zijn vergund, gedurende zeven dagen in de week. Verzoekers hebben de mogelijkheid tegen dit besluit op te komen. Vooralsnog hebben verzoekers dit niet gedaan. Onder deze omstandigheden, ziet de Voorzitter, na afweging van alle betrokken belangen, geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3. De Voorzitter wijst het verzoek af.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll w.g. Van Driel
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2005
414.