Bestuursrecht overig
Bij besluit van 4 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het…
Raad van State, 5 maart 2007
ECLI:NL:RVS:2007:BA0617 · Raad van State · 5 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2007-ba0617
Zaakgegevens
Op 5 maart 2007 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200700395/2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:BA0617
Samenvatting
Bij besluit van 4 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het "Wijzigingsplan Rithsestraat 128" vastgesteld.
Uitspraak
200700395/2.
Datum uitspraak: 5 maart 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de stichting "Stichting Brabantse Milieufederatie", gevestigd te Tilburg,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 september 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het "Wijzigingsplan Rithsestraat 128" vastgesteld.
Verweerder heeft bij zijn besluit van 14 november 2006, no. 1224717/1239336, beslist over de goedkeuring van het wijzigingsplan.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 15 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 16 januari 2007, beroep ingesteld.
Bij brief van 15 januari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 16 januari 2007, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 februari 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door H.C. Gerringa, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.J.A.M. van de Laar, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord het college van burgemeester en wethouders van Breda, vertegenwoordigd door J.A.F. Koning, ambtenaar van de gemeente, en [derdebelanghebbende].
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Met het wijzigingsplan wordt beoogd het agrarisch bouwvlak van perceel Rithsestraat 128 te vergroten ten einde de oprichting van teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken.
2.3. Verweerder heeft het wijzigingsplan goedgekeurd.
2.4. Verzoekster heeft de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen omdat zij vreest dat gelet op het teeltseizoen op korte termijn uitvoering zal worden gegeven aan het plan.
2.5. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat reeds een bouwvergunning is verleend voor de oprichting van teeltondersteunende voorzieningen op de gronden van het wijzigingsplan en dat deze in rechte onaantastbaar is geworden. Gelet hierop is de Voorzitter van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook bij schorsing van het thans bestreden besluit kan immers op grond van de genoemde bouwvergunning met de oprichting van de teeltondersteunende voorzieningen worden begonnen. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Tulmans, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Tulmans
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2007
381