Bestuursrecht overig

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Hofland-Oost" (hierna: het plan) vastgesteld.

Raad van State, 4 mei 2010

Zaakgegevens

Op 4 mei 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 mei 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
200909695/2/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:BM4146
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Hofland-Oost" (hierna: het plan) vastgesteld.

Uitspraak

200909695/2/R2.

Datum uitspraak: 4 mei 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Montfoort,

en

de raad van de gemeente Montfoort,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2009 heeft de raad het bestemmingsplan "Hofland-Oost" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 december 2009, beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 april 2010, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door ing. G.C.M. Verkleij, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. van Wanrooij en drs. M.A.G. Dingemans, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord AM Wonen B.V., vertegenwoordigd door mr. J. van Vulpen, advocaat te Utrecht, bijgestaan door ing. L.R. Tijmense en mr. R.M. Mussaeus.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Bij uitspraak van heden, nr. 200909695/3/R2, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het plan niet-ontvankelijk verklaard. Gelet daarop is thans geen sprake meer van een geding, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.A. Oudenaarden, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Oudenaarden

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2010

568.