Bestuursrecht overig
Bij besluit van 22 januari 2010, no. 2010-4541, heeft het college van gedeputeerde staten besloten over de…
Raad van State, 2 juli 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BN0475 · Raad van State · 2 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bn0475
Zaakgegevens
Op 2 juli 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201002792/2/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BN0475
Samenvatting
Bij besluit van 22 januari 2010, no. 2010-4541, heeft het college van gedeputeerde staten besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Texel bij besluit van 8 december 2009 vastgestelde wijzigingsplan "Oude Dijkje 38".
Uitspraak
201002792/2/R1.
Datum uitspraak: 2 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te De Koog, gemeente Texel,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 22 januari 2010, no. 2010-4541, heeft het college van gedeputeerde staten besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Texel bij besluit van 8 december 2009 vastgestelde wijzigingsplan "Oude Dijkje 38".
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 maart 2010, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[persoon] en [verzoeker] hebben nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2010, waar [verzoeker], in persoon en bijgestaan door mr. M.L.M. Frantzen, advocaat te Amsterdam, en het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door mr. D. Westerwal, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts zijn als partij gehoord het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. C. Witte, werkzaam bij de gemeente, en [persoon].
2. Overwegingen
2.1. Bij uitspraak van heden, zaak nr. 201002792/3/R1, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de goedkeuring van het wijzigingsplan gegrond verklaard. Gelet daarop is thans geen sprake meer van een geding, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.
2.2. Het college van gedeputeerde staten dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 473,45 (zegge: vierhonderddrieënzeventig euro en vijfenveertig cent), waarvan € 437,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, ambtenaar van Staat.
w.g. Hoekstra w.g. Bechinka
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2010
371-634.