Bestuursrecht overig
Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Doetinchemseweg 9 te…
Raad van State, 19 augustus 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BN4913 · Raad van State · 19 augustus 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bn4913
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201004666/2/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BN4913
Samenvatting
Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Doetinchemseweg 9 te Loerbeek" vastgesteld.
Uitspraak
201004666/2/R2.
Datum uitspraak: 19 augustus 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en anderen, wonend te [woonplaats],
en
de raad van de gemeente Montferland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 februari 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Doetinchemseweg 9 te Loerbeek" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker A], [verzoeker B] en [verzoeker C], bij de Raad van State ingekomen op 11 mei 2010, beroep ingesteld. Bij brief, binnengekomen op dezelfde datum, hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 juli 2010, waar [verzoeker B] en [verzoeker C], bijgestaan door mr. M.M.H. van Kuijk, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd door L. Bosch en mr. J. Broekman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [Huifkarcentrum], vertegenwoordigd door [eigenaar], bijgestaan door mr. L. Koers, advocaat te Arnhem, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoeker A] en anderen richten zich tegen het plan waarin aan het perceel aan de Doetinchemseweg 9 de bestemming "Recreatie" is toegekend, die voorziet in het gebruik van de gronden en de daar reeds aanwezige bebouwing voor een huifkarcentrum, ondersteunende horeca en een zorgboerderij. Zij vrezen overlast te ondervinden van dit gebruik en willen met het verzoek om voorlopige voorziening voorkomen dat bedoeld gebruik legitiem kan worden uitgeoefend voordat uitspraak kan worden gedaan in de bodemprocedure.
2.3. Het feit dat hangende de beroepsprocedure bij de Afdeling het gebruik van de gronden als huifkarcentrum met ondersteunende horeca en als zorgboerderij wordt voortgezet, brengt geen onomkeerbare situatie met zich. Tegen dat gebruik dat na de inwerkingtreding van een bestemmingsplan daarmee in overeenstemming is kan immers, indien het besluit tot vaststelling van het plan wordt vernietigd, worden opgetreden indien dat gebruik niet in overeenstemming is met het planologisch regime dat na de vernietiging geldt. De inwerkingtreding van het plan leidt in zoverre niet tot een juridisch onomkeerbare situatie. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid dat rechtvaardigt dat een voorlopige voorziening wordt getroffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Vogel-Carprieaux
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2010
458.