Bestuursrecht overig

penbare zitting gehouden op 9 september 2010 om 11.30 uur.

Raad van State, 9 september 2010

Zaakgegevens

Op 9 september 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
9 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
201008569/4/H2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:BN7048
E-mail

Samenvatting

penbare zitting gehouden op 9 september 2010 om 11.30 uur.

Uitspraak

201008569/4/H2.

Datum uitspraak: 9 september 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], allen wonend te [woonplaats], gemeente Hardenberg,

verzoekers,

tegen de uitspraak van voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle- Lelystad van 1 september 2010 in zaak nrs. 10/1129 en 10/1130 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg.

Procesverloop

Openbare zitting gehouden op 9 september 2010 om 11.30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. C.H.M. van Altena voorzitter (vz.)

ambtenaar van staat: mr. J. Wieland

Verschenen:

[verzoeker], in persoon;

Het college, vertegenwoordigd door A.M. Zwiers en T. Westhuis, beiden werkzaam bij de gemeente Hardenberg.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2010, verzonden op dezelfde dag. [verzoekers] hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter

wijst het verzoek af.

Daartoe overweegt de voorzitter het volgende.

[verzoekers] hebben ten opzichte van de uitspraak van de voorzitter van 6 september 2010, waarbij de op 1 september 2010 op verzoek van [verzoekers] getroffen voorlopige voorziening is opgeheven, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aangevoerd die schorsing van de kapvergunning zouden rechtvaardigen. De voorzitter blijft van oordeel dat, gelet op de voor de herinrichting van de Julianastraat gemaakte planning en de in dat kader met nutsbedrijven en aannemers gemaakte afspraken over de uitvoering van de voorbereidende- en reconstructiewerkzaamheden, voldoende aannemelijk is dat de gemeente spoedeisend belang heeft bij het op korte termijn kappen van de resterende vijf lindebomen in de Julianastraat. Daaraan doet niet af dat de feitelijke reconstructiewerkzaamheden in dat deel van de Julianastraat zijn gepland in februari 2011. Verder blijft de voorzitter van oordeel dat hetgeen door [verzoekers] is aangevoerd - mede gelet op het van toepassing zijnde toetsingskader en de daarin aan het college toegekende discretionaire ruimte - geen aanleiding geeft om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de kapvergunning niet had mogen worden verleend.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Van Altena w.g. Wieland

Voorzitter ambtenaar van staat

502.