Bestuursrecht overig

penbare zitting gehouden op 6 april 2011 om 10.30 uur.

Raad van State, 6 april 2011

Zaakgegevens

Op 6 april 2011 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
201103115/1/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2011:BQ1094
E-mail

Samenvatting

penbare zitting gehouden op 6 april 2011 om 10.30 uur.

Uitspraak

201103115/1/R2.

Datum uitspraak: 6 april 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

verzoeker,

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

Procesverloop

Openbare zitting gehouden op 6 april 2011 om 10.30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. P.J.J. van Buuren voorzitter (vz.)

ambtenaar van staat: mr. J. Verbeek

Verschenen:

het college, vertegenwoordigd door mr. N.E. Gradissen en P. van der Linden, werkzaam bij de provincie.

[belanghebbende], bijgestaan door mr. F.K. Akker, advocaat te Eindhoven.

Bij besluit van 20 januari 2011 heeft het college aan [belanghebbende] voor de uitbreiding van zijn melkvee- en varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats] een reservering voor onttrekking van depositie uit de depositiebank toegekend.

[verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter

wijst het verzoek af.

Daartoe overweegt hij het volgende.

Met het verzoek is geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de behandeling van het bezwaarschrift van [verzoeker] op korte termijn zal plaatsvinden en dat met het te nemen besluit op bezwaar een nieuw beoordelingsmoment zal ontstaan.

Voorts is van de zijde van [belanghebbende] toegezegd dat in ieder geval niet voor 1 september 2011 met de bouw van de nieuwe stal worden begonnen, zodat ook voor die tijd het aan de orde zijnde besluit geen praktische gevolgen zal hebben.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

w.g. Van Buuren w.g. Verbeek

voorzitter ambtenaar van staat

388.