Bestuursrecht overig
Bij besluit van 23 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmaplein en Vinkenplein Bilthoven" vastgesteld.
Raad van State, 17 januari 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BV1805 · Raad van State · 17 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bv1805
Zaakgegevens
Op 17 januari 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201109896/2/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BV1805
Samenvatting
Bij besluit van 23 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmaplein en Vinkenplein Bilthoven" vastgesteld.
Uitspraak
201109896/2/R3.
Datum uitspraak: 17 januari 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2], beiden wonend te Bilthoven, gemeente De Bilt,
verzoeksters,
en
de raad van de gemeente De Bilt,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmaplein en Vinkenplein Bilthoven" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 september 2011, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 januari 2011, waar [verzoekers] en de raad, vertegenwoordigd door ir. J. Kragting, werkzaam bij de gemeente, mr. A.J. Meeuwissen en drs. J.A. Bos, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het verzoek van [verzoekers] heeft betrekking op de plandelen met de bestemming "Horeca" en de bestemming "Centrum-1" ten noorden van het plandeel met de bestemming "Groen", het zogenoemde Vinkenplein. [verzoekers] kunnen zich niet verenigen met de in het plan toegelaten bouwhoogte van de voorziene bebouwing op deze plandelen en vrezen daarnaast dat het bestaande pad aldaar zal worden opgeheven. Zij hebben verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat een omgevingsvergunning voor de voorziene bebouwing kan worden verleend en kan worden aangevangen met de bouw daarvan.
2.3. Ter zitting is gebleken dat tot dusver geen omgevingsvergunning voor de voorziene bebouwing ter plaatse van de plandelen met de bestemming "Horeca" en de bestemming "Centrum-1" ten noorden van het Vinkenplein is aangevraagd. Voorts heeft de raad ter zitting verklaard dat naar zijn verwachting op zijn vroegst in de loop van 2013 een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen zal worden ingediend en dat in ieder geval gedurende 2012 geen vergunning daartoe zal worden verleend. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Taal
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2012
325-618.