Bestuursrecht overig
Bij besluit van 29 november 2011 heeft het college het wijzigingsplan "28ste wijziging bestemmingsplan…
Raad van State, 6 april 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BW1586 · Raad van State · 6 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bw1586
Zaakgegevens
Op 6 april 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201200884/2/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BW1586
Samenvatting
Bij besluit van 29 november 2011 heeft het college het wijzigingsplan "28ste wijziging bestemmingsplan Buitengebied" vastgesteld.
Uitspraak
201200884/2/R2.
Datum uitspraak: 6 april 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
1. [verzoeker sub 1] en anderen, allen wonend te Hansweert, gemeente Reimerswaal,
2. [verzoeker sub 2], wonend te Hansweert, gemeente Reimerswaal,
en
het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 november 2011 heeft het college het wijzigingsplan "28ste wijziging bestemmingsplan Buitengebied" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 januari 2012, en [verzoeker sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 januari 2012, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brieven als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 5 maart 2012, waar [verzoeker sub 1] en anderen, in de persoon van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 1 A], [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door [verzoeker sub 1 A], en het college, vertegenwoordigd door ing. S. Wijkhuis, werkzaam bij de gemeente, en mr. T.W. Franssen, advocaat te Breda, zijn verschenen.
Tevens is als partij gehoord [belanghebbende], bijgestaan door ing. R.G.M. Louwes.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in de wijziging van de planregeling voor het plandeel betreffende de [horecagelegenheid] aan de [locatie] in Hansweert. De [horecagelegenheid] betreft een horecagelegenheid met daarbij een siertuin. Door de wijziging van de bestemming is de horecafunctie van de [horecagelegenheid] niet langer ondergeschikt aan de siertuin waardoor een intensiever gebruik van het horecabedrijf mogelijk is.
2.3. Met hun verzoeken beogen [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] te voorkomen dat ter plaatse van het plandeel betreffende de [horecagelegenheid] een zelfstandige horecafunctie ten behoeve van bruiloftsfeesten en dergelijke, los van het gebruik van de siertuin, wordt toegestaan. Zij vrezen dat hierdoor overlast kan ontstaan.
2.4. [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] hebben naar voren gebracht dat door deze uitbreiding 's nachts geluidoverlast kan ontstaan waardoor hun woon- en leefklimaat onevenredig zal worden aangetast. [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] wonen op een afstand van tenminste 65 meter van de [horecagelegenheid]. Voorts heeft de exploitant van de [horecagelegenheid] ter zitting verklaard in de nieuwe situatie een sluitingstijd van uiterlijk half één 's nachts te gaan hanteren. Hoewel op voorhand niet is uitgesloten dat de verandering van het gebruik enig effect kan hebben op het woon- en leefklimaat van [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2], is de voorzitter van oordeel dat de eventuele aantasting van het woon- en leefklimaat niet zodanig zal zijn dat dit het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.
2.5. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Broekman
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 april 2012
12-674.