Bestuursrecht overig
Bij besluit van 27 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede herziening" vastgesteld.
Raad van State, 20 juli 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BX2577 · Raad van State · 20 juli 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bx2577
Zaakgegevens
Op 20 juli 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201205222/2/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BX2577
Samenvatting
Bij besluit van 27 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede herziening" vastgesteld.
Uitspraak
201205222/2/R2.
Datum uitspraak: 20 juli 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekster], gevestigd te Ingen, gemeente Buren,
en
de raad van de gemeente Buren,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede herziening" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2012, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 juni 2012, waar [verzoekster], in persoon en bijgestaan door drs. A. Sikking, en de raad vertegenwoordigd door E.J. Bagerman en N.J. Stam, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoekster] wil aan de P. van Westrhenenenweg te Ingen een grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een paardenhouderij vestigen. Dit plan maakte onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied, tweede herziening". Bij het besluit van 27 maart 2012 heeft de raad het plan gewijzigd vastgesteld door het voor het onderdeel dat betrekking heeft op de vestiging van een paardenhouderij op het perceel aan de P. van Westrhenenweg te Ingen niet vast te stellen.
2.3. [verzoekster] heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat een besluit van 26 oktober 2011 van het college van burgemeester en wethouders van Buren waarbij een illegale situatie op het perceel aan de P. van Westrhenenweg is gedoogd, niet vervalt.
2.4. In genoemd besluit is opgenomen dat het gedogen van de opgesomde overtredingen voortduurt tot het agrarisch bouwperceel wordt opgenomen in het definitieve bestemmingsplan of, indien het agrarisch bouwperceel niet wordt opgenomen in het definitieve bestemmingsplan, tot en met 30 maart 2011. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de raad aangegeven dat deze datum 30 maart 2012 betreft.
2.5. Naar het oordeel van de voorzitter is het treffen van een voorlopige voorziening waarbij wordt bepaald dat het agrarisch bouwperceel alsnog wordt opgenomen in het plan te verstrekkend. Inmiddels is de looptijd van het besluit waarbij wordt gedoogd verlopen. Wat [verzoekster] beoogt kan zij niet meer bereiken.
2.6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. T.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van staat.
w.g. Drupsteen w.g. Ouwehand
Voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2012
224.