Bestuursrecht overig
Bij besluit van 4 december 2012 heeft het college opnieuw besloten omtrent de goedkeuring van het door de…
Raad van State, 4 april 2013
ECLI:NL:RVS:2013:BZ7630 · Raad van State · 4 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2013-bz7630
Zaakgegevens
Op 4 april 2013 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 201301220/2/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:BZ7630
Samenvatting
Bij besluit van 4 december 2012 heeft het college opnieuw besloten omtrent de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oostflakkee op 25 februari 2010 vastgestelde bestemmingsplan "Recreatiegebieden".
Uitspraak
?201301220/2/R4.
Datum uitspraak: 4 april 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 4 december 2012 heeft het college opnieuw besloten omtrent de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oostflakkee op 25 februari 2010 vastgestelde bestemmingsplan "Recreatiegebieden".
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 maart 2013, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. E.J.M.J.J. Houben, advocaat te Almere, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Molenwijk, werkzaam bij de provincie, is verschenen. Voorts is ter zitting de raad, vertegenwoordigd door A.J. Bijl, werkzaam bij de gemeente, gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het bestemmingsplan "Recreatiegebieden" is voornamelijk conserverend van aard en voorziet - voor zover hier van belang - in een actueel planologisch juridisch kader voor het recreatiegebied Oude-Tonge, gelegen ten zuiden van de kern Oude-Tonge.
3. Het beroep van [verzoeker] is gericht tegen de goedkeuring van desbetreffend plandeel. Hij beoogt met het verzoek om een voorlopige voorziening onomkeerbare gevolgen te voorkomen voor het woon- en leefklimaat bij zijn perceel aan de [locatie] en betoogt in dit verband dat ter plaatse reeds sprake is van een overbelaste situatie.
4. Het college heeft ter zitting een brief overgelegd van Project Suijssenwaerde Beheer B.V., waarin zij te kennen geeft geen gebruik te zullen maken van de bouwmogelijkheden die het hier aan de orde zijnde onderdeel van het bestemmingsplan biedt vóór het voorjaar van 2014. Derhalve bestaat geen spoedeisend belang bij het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek af te wijzen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, ambtenaar van staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Zijlstra
voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2013
240.