Bestuursrecht overig

Bij besluit van 1 december 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" vastgesteld.

Raad van State, 23 april 2015

Zaakgegevens

Op 23 april 2015 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
23 april 2015
Datum publicatie
29 april 2015
Zaaknummer
201501041/2/R4
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2015:1343
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 1 december 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" vastgesteld.

Uitspraak

201501041/2/R4.

Datum uitspraak: 23 april 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Oldeberkoop, gemeente Ooststellingwerf,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Weststellingwerf,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2015, waar [verzoeker], en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. van Weperen en R. Roemeling, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. [verzoeker] verzoekt om schorsing van het bestemmingsplan voor zover dat ziet op zijn perceel nabij [locatie] te Nijeholtpade. Hij kan zich er niet in vinden dat ter plaatse geen boomfruitkweek bij recht is toegestaan.

3. Ter zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat hij zijn hoogstamfruitbomen zelf opkweekt en onlangs 70 fruitbomen op zijn perceel heeft geplant. Niet in geschil is dat deze bomen daar legaal staan. Dit betekent dat het gebruik van het perceel op grond van artikel 38, lid 38.2 van de planregels van het nu voorliggende plan ook na de inwerkingtreding daarvan kan worden voortgezet en dat tegen dat gebruik niet handhavend kan worden opgetreden. Voorts heeft [verzoeker] toegelicht dat hij op dit moment geen opgekweekte bomen in voorraad heeft die hij op korte termijn op zijn perceel kan planten. Nu voorts hoogstamfruitbomen, naar de uiteenzetting van [verzoeker] ter zitting, op zijn vroegst na 5 jaar economisch rendabel zijn, bestaat gelet op het voorgaande geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Van Steenbergen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2015

568-731.