Bestuursrecht overig

Bij besluit van 27 september 2017 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Reparatie Tuinbouw…

Raad van State, 11 april 2018

Zaakgegevens

Op 11 april 2018 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
11 april 2018
Datum publicatie
11 april 2018
Zaaknummer
201709272/4/R6
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:1176
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 27 september 2017 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Reparatie Tuinbouw Bommelerwaard" vastgesteld.

Uitspraak

201709272/4/R6.

Datum uitspraak: 11 april 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

Nedcool B.V., gevestigd te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en anderen,

verzoekers,

en

provinciale staten van Gelderland,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2017 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Reparatie Tuinbouw Bommelerwaard" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Nedcool en anderen beroep ingesteld.

Nedcool en andere hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 maart 2018, waar Nedcool en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.H. Hartman en [gemachtigde], en provinciale staten, vertegenwoordigd door R. Duzijn, mr. J. Oosterkamp en dr. ir. A.J. Termorshuizen, zijn verschenen. Tevens is ter zitting de raad van de gemeente Maasdriel, vertegenwoordigd door A.G. van Liempt, gehoord.

Overwegingen

1.    Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2018:1161, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier.

w.g. Helder    w.g. Brock

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 april 2018

603.