Bestuursrecht overig
[verzoekster] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr…
Raad van State, 31 januari 2018
ECLI:NL:RVS:2018:286 · Raad van State · 31 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2018-286
Zaakgegevens
Op 31 januari 2018 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 31 januari 2018
- Datum publicatie
- 31 januari 2018
- Zaaknummer
- 201707934/6/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2018:286
Samenvatting
[verzoekster] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3.
Uitspraak
201707934/6/A3.
Datum uitspraak: 31 januari 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het verzet van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3. Procesverloop
[verzoekster] heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2017 in zaak nr. 201707934/3/A3.
Zij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2018. Namens de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten is mr. M.E. Veenboer verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 201707934/5/A3, heeft de Afdeling op het verzet beslist. Derhalve is er geen geding meer. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Van Sloten w.g. Soffner
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018
818.