Bestuursrecht overig
Bij besluit van 16 december 2019 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "’t Veen-Noord…
Raad van State, 9 december 2020
ECLI:NL:RVS:2020:2890 · Raad van State · 9 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2020-2890
Zaakgegevens
Op 9 december 2020 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 9 december 2020
- Datum publicatie
- 4 december 2020
- Zaaknummer
- 202000710/2/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2020:2890
Samenvatting
Bij besluit van 16 december 2019 heeft de raad van de gemeente Hattem het bestemmingsplan "’t Veen-Noord Hattem" vastgesteld.
Uitspraak
202000710/2/R4.
Datum uitspraak: 9 december 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], gevestigd te Hattem (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]),
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Hattem,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "’t Veen-Noord Hattem" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek gelijktijdig met de bodemprocedure behandeld op zitting van 13 november 2020 waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. F.R.H. Kuiper, advocaat te Hattem, [gemachtigde A] en [gemachtigde B] en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.R. Kruisselbrink, advocaat te Zwolle, S.F. Herder en J.D. Pondman, zijn verschenen. Voorts is [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde C] en [gemachtigde D], ter zitting gehoord.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van heden in zaaknummer 202000710/1/R4 heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2020
700.