Bestuursrecht overig

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand [verzoeker] een toevoeging…

Raad van State, 15 februari 2023

Zaakgegevens

Op 15 februari 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 februari 2023
Datum publicatie
14 februari 2023
Zaaknummer
202206264/2/A2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:573
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand [verzoeker] een toevoeging verstrekt met een tweede eigen bijdrage. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202206264/1/A2 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist.

Uitspraak

202206264/2/A2.

Datum uitspraak: 15 februari 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2022 in zaak nr. 20/5671 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de raad [verzoeker] een toevoeging verstrekt met een tweede eigen bijdrage.

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 september 2020 vernietigd, het besluit van 8 mei 2020 herroepen en bepaald dat [verzoeker] geen tweede eigen bijdrage verschuldigd is. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 februari 2023, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202206264/1/A2 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Er is dus geen sprake meer van een geding. Daarom moet het verzoek als ongegrond worden afgewezen.

2.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.

w.g. Daalder

voorzieningenrechter

w.g. Van Dokkum

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023

480