Omgevingsrecht
Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan Vereniging…
Raad van State, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6096 · Raad van State · 14 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/omgevingsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2026-6096
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Datum publicatie
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- 202400393/1/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6096
Samenvatting
Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) aan Vereniging Tennisclub Bergen N.H. (TC Bergen) omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van twee padelbanen op het adres Churchilllaan 2 in Bergen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag in overeenstemming is met de op het perceel rustende bestemming "Doeleinden van sport en recreatie" en er verder geen andere weigeringsgronden zijn. Het college heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend. Daarbij heeft het aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat een akoestisch onderzoek en lichtonderzoek noodzakelijk zijn als onderdeel van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens hen is de evidente bedoeling van het bestemmingsplan om de aanleg van een sport of speelveld in de buitenlucht toe te staan met de daarbij horende voorzieningen, bestaande uit kantine, kleedkamers en dergelijke.
Uitspraak
202400393/1/R1.
Datum uitspraak: 14 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Vereniging De Negen Nessen en anderen, gevestigd in de gemeente Bergen (NH),
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 december 2023 in zaak nr. 22/6255 in het geding tussen:
de vereniging en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH).
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college aan Vereniging Tennisclub Bergen N.H. (TC Bergen) omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van twee padelbanen op het adres Churchilllaan 2 in Bergen (het perceel).
Bij besluit van 1 november 2022 heeft het college het door de vereniging en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 december 2023 heeft de rechtbank het door de vereniging en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vereniging en anderen hoger beroep ingesteld.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 juli 2026, waar de vereniging en anderen, vertegenwoordigd door mr. M.E. Terhorst, advocaat in Alkmaar, [persoon A] en [persoon B], zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 28 februari 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. Op het perceel rust ingevolge het bestemmingsplan "Bergen-Noord" de bestemming "Doeleinden van sport en recreatie".
Artikel 19 van de planregels luidt:
"De op de plankaart voor doeleinden van sport en recreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor:
1. terreinen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, zoals sport- en speelvelden;
2. gebouwen, voor zover ten dienste van sport en recreatieve voorzieningen, ten behoeve van:
a. kantines;
b. kleedruimtes;
c. tribunes;
met de daarbij behorende:
3. gebouwen ten behoeve van het onderhoud en beheer;
4. erven en terreinen;
5. groenvoorzieningen;
6. parkeervoorzieningen;
7. bebossing;
8. paden;
9. waterlopen;
10. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde."
3. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag in overeenstemming is met de op het perceel rustende bestemming "Doeleinden van sport en recreatie" en er verder geen andere weigeringsgronden zijn. Het college heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo een omgevingsvergunning verleend. Daarbij heeft het aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat een akoestisch onderzoek en lichtonderzoek noodzakelijk zijn als onderdeel van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer.
Hoger beroep
4. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de vereniging en anderen geen belang hebben bij de beoordeling van hun hoger beroep, omdat namens de vergunninghouder is meegedeeld dat de omgevingsvergunning niet zal worden gebruikt. Het college heeft verder aangegeven dat het nog zal bezien op welke grond de omgevingsvergunning zal worden ingetrokken. De omgevingsvergunning was echter ten tijde van het sluiten van het onderzoek op de zitting niet ingetrokken. De Afdeling oordeelt daarom dat de vereniging en anderen belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
5. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens hen is de evidente bedoeling van het bestemmingsplan om de aanleg van een sport of speelveld in de buitenlucht toe te staan met de daarbij horende voorzieningen, bestaande uit kantine, kleedkamers en dergelijke. De vereniging en anderen wijzen er in dat kader op dat het terrein van TC Bergen van meet af aan bedoeld was om te gaan gebruiken als tennisbaan, met name voor bewoners van de wijk de Negen Nessen, omdat een eerder aangelegde tennisclub voor de oorspronkelijke bewoners van de Negen Nessen te weinig tennisbanen in verhouding tot de behoefte daaraan. Verder wijzen zij erop dat een overdekte squashbaan in strijd met de bestemming is omdat dat een binnen sport en speelveld is en niet buitenspeelveld.
De vereniging en anderen wijzen er verder op dat bij de beoordeling of het bouwplan wel of niet binnen het bestemmingsplan past moet worden beoordeeld of de vergunningverlening leidt tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat. De norm is een sport of speelveld in de buitenlucht binnen een rustige woonwijk en dat is een padelbaan niet. In dat kader is verwezen naar de Handreiking Padel en Geluid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten van januari 2023. Volgens deze handreiking dient in een rustige woonwijk tussen padelbanen en woningen een afstand gehouden te worden van tussen de 160 en 210 meter afstand. Omdat een aantal omwonenden direct aangrenzend aan de tennisbaan TC Bergen wonen is evident dat niet aan de afstandsnorm kan worden voldaan, en vergunningverlening zal leiden tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat voor omwonenden.
5.1. Artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo is het toetsingskader voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’. Dat is een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo houdt in dat het college uitsluitend moet beoordelen of zich één van de in dat artikel opgenomen weigeringsgronden voordoet. Als dat niet het geval is, dan moet het de gevraagde vergunning verlenen. Als dat wel zo is, dan moet het de gevraagde vergunning weigeren. Het college heeft daarbij dus geen ruimte om een belangenafweging te maken.
5.2. Het door de vereniging en anderen aangevoerde biedt geen grond voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Ingevolge artikel 19, aanhef en onder 1, van de planregels zijn de op de plankaart voor doeleinden van sport en recreatie aangewezen gronden bestemd voor terreinen ten behoeve van sport- en recreatieve voorzieningen, zoals sport- en speelvelden. Deze omschrijving van hetgeen op de bestemming "Doeleinden voor sport en recreatie" is toegestaan is ruim en niet beperkt tot bepaalde sporten of een bepaalde vorm of inrichting van het terrein. De twee te realiseren, niet-overdekte, padelbanen zijn hiermee in overeenstemming. Dat het, zoals de vereniging en anderen stellen, van meet af aan de bedoeling was om het terrein als tennisbaan te gebruiken doet, wat daar verder van zij, niet ter zake. De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat, voor zover de vereniging en anderen al gevolgd moeten worden in hun standpunt dat een padelbaan geen speel- of sportveld is, de bestemming "Doeleinden voor sport en recreatie" niet is beperkt tot speel- en sportvelden en die alleen als voorbeeld zijn genoemd. De rechtbank heeft, gelet op het voorgaande, terecht overwogen dat het bouwplan in overeenstemming is met de bestemming "Doeleinden van sport en recreatie" en ook anderszins niet in strijd is met het bestemmingsplan. Aan de vraag of, zoals de vereniging en anderen betogen, vergunningverlening leidt tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat wordt bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning in dit geval, gelet op wat onder 5.1 is overwogen, dan niet meer toegekomen. De Afdeling merkt in dit kader op dat met betrekking tot de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden, die in het geval van padelbanen voornamelijk geluid zullen betreffen, ten tijde van belang een separate regeling was getroffen door middel van geluidsnormen in de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer, en thans onder de Omgevingswet, in het omgevingsplan.
Het betoog slaagt niet.
6. Omdat zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo voordoen, moest het college de gevraagde omgevingsvergunning verlenen.
7. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de verleende omgevingsvergunning in strijd is met het zorgvuldigheids- en het evenredigheidsbeginsel, gelet op de aantasting van het woon- en leefklimaat. Toepassing van artikel 2.10 van de Wabo mag niet leiden tot een besluit dat met deze beginselen in strijd is, aldus de vereniging en anderen. Doordat het college vergunning heeft verleend voor aanleg van twee-padelbanen op een tennisbaan, terwijl direct aangrenzend woningen liggen, is op voorhand duidelijk dat het woon-en leefklimaat van deze woningen op een onaanvaardbare wijze zal worden aangetast. Het college wist dit of had dit moeten weten op het moment van het verlenen van de vergunning, doordat de enorme geluidsoverlast van padelbanen die zijn aangelegd binnen woonwijken heeft geleid tot een groot aantal rechtszaken tegen gemeenten, aldus de vereniging en anderen.
7.1. Ter zitting is komen vast te staan dat het beroep op het evenredigheidsbeginsel uitsluitend betrekking heeft op het besluit van
1 november 2022. Zoals hiervoor is overwogen onder 5.2 wordt in het kader van de vraag of het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan niet toegekomen aan de vraag welke gevolgen dat bouwplan heeft voor het woon- en leefklimaat van omwonenden.
Het betoog slaagt niet.
8. Voor zover de vereniging en anderen aanvoeren dat niet aan het Activiteitenbesluit kan worden voldaan, wordt overwogen dat dit een handhavingskwestie betreft die in deze procedure over de omgevingsvergunning niet aan de orde is.
9. De vereniging en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning niet zorgvuldig heeft voorbereid. De besluitvorming had ter goedkeuring aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd, omdat de gemeenteraad had ingestemd met verplaatsing van TC Bergen mede vanwege geluidsoverlast. De vereniging en anderen wijzen er verder op dat het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning tijdens de zomervakantie is genomen en gepubliceerd en omwonenden daardoor zijn bemoeilijkt in hun mogelijkheden om bezwaar te maken tegen dat besluit. De aanvraag was verder geen verrassing aangezien er intensieve contacten met de gemeente waren vanwege de verplaatsing van TC Bergen. Er heeft volgens de vereniging en anderen voor het indienen van de aanvraag ambtelijk vooroverleg tussen TC Bergen en ambtenaren van de gemeente plaatsgevonden waarbij deze ambtenaren mondeling of schriftelijk vooraf hebben aangegeven in te stemmen met de padelbanen. Het heeft er volgens de vereniging en anderen de schijn van dat omwonenden en de gemeenteraad opzettelijk buiten dit vooroverleg zijn gehouden en het besluit tot verlening vervolgens opzettelijk tijdens de zomervakantie is genomen en gepubliceerd.
9.1. Het door de vereniging en anderen aangevoerde biedt geen grond voor het oordeel dat het besluit van 14 juli 2022 niet zorgvuldig is voorbereid. Daargelaten dat de vereniging en anderen niet zijn benadeeld door het bekend maken van het besluit tijdens de zomervakantie, aangezien zij tijdig bezwaar hebben gemaakt, is er geen rechtsregel die een bestuursorgaan verbiedt tijdens vakanties besluiten bekend te maken. Bovendien is de aanvraag om omgevingsvergunning niet tijdens de zomervakantie gepubliceerd, zodat een eventuele afwezigheid in de zomervakantie er niet aan in de weg stond dat men bekend kon zijn met de besluitvorming naar aanleiding van die aanvraag.
Het besluit is, zoals hiervoor is overwogen onder 5.2 en 6 verder in overeenstemming met het bestemmingsplan en het college moest de omgevingsvergunning verlenen. Wat er tijdens een eventueel vooroverleg is besproken doet, wat daar verder van zij, dan ook niet ter zake.
Het betoog slaagt niet.
10. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
11. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, griffier.
w.g. Van Ravels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026
580