Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem…
Raad van State, 26 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6247 · Raad van State · 26 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2026-6247
Zaakgegevens
Op 26 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2026
- Datum publicatie
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRS.26.005336
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6247
Samenvatting
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Uitspraak
BRS.26.005336
ECLI:NL:RVS:2026:6247
Datum uitspraak: 26 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 14 september 2026 in zaak nr. NL25.45509 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 14 september 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat betrokkene internationale bescherming op grond van de vluchtelingenstatus geniet per datum van zijn aanvraag, bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de minister opgedragen om aan betrokkene binnen een periode van negentig dagen na de uitspraak een verblijfsvergunning en verblijfstitel overeenkomstig de vluchtelingenstatus te verstrekken.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren brengen, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter vindt hierbij van belang dat in hoger beroep niet meer ter discussie staat dat de minister aan betrokkene een verblijfsvergunning asiel moet verlenen. De voorzieningenrechter laat hierbij in het midden welke ingangsdatum de minister aan deze verblijfsvergunning moet toekennen, omdat deze procedure zich er niet goed voor leent om dat te bepalen.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Stoové
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2026
977