Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant…

Raad van State, 26 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
202200005/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6303
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

Uitspraak

202200005/1/V3.

Datum uitspraak: 26 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[wijlen appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 3 december 2021 in zaak nr. NL21.3343 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij uitspraak van 3 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. N.C. Blomjous, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Appellant is na het instellen van het hoger beroep overleden. Daarmee is het belang bij het hoger beroep in beginsel vervallen.

De Afdeling heeft de gemachtigde bij brieven van 17 augustus 2026 en 8 september 2026 in de gelegenheid gesteld om te motiveren dat het belang bij het hoger beroep niet is vervallen. De gemachtigde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om redenen aan te voeren waarom het belang bij het hoger beroep niet is vervallen.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2026

347