Vreemdelingenrecht

Bij uitspraak van 29 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het hoger beroep van opposant…

Zaakgegevens

Op 21 augustus 2026 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21 augustus 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
BRS.26.004241
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4921
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij uitspraak van 29 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 mei 2026 in zaak nr. 25/21206 met toepassing van artikel 8:81 van de Awb en artikel 92 van de Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

BRS.26.004241

ECLI:NL:RVS:2026:4921

Datum uitspraak: 21 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; Awb) van:

[oppossant],

opposant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 29 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3708.

Procesverloop

Bij uitspraak van 29 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 mei 2026 in zaak nr. 25/21206 met toepassing van artikel 8:81 van de Awb en artikel 92 van de Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposant, vertegenwoordigd door D.B. Pathak, rechtshulpverlener in Hoofddorp, verzet gedaan.

Overwegingen

1.        Tegen een uitspraak waarbij de voorzieningenrechter van de Afdeling de hoofdzaak zonder zitting heeft afgedaan en waarop de Vw 2000 van toepassing is, staat geen verzet open (zie artikel 8:55, eerste lid, van de Awb en artikel 83c, eerste lid, van de Vw 2000). Tegen de uitspraak van 29 juni 2026 kan daarom geen verzet worden gedaan.

2.        De Afdeling is onbevoegd van het verzet kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. B.P. Vermeulen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Vermeulen

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026

307-1113