Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 22 maart 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de…
Raad van State, 30 juli 2018
ECLI:NL:RVS:2018:2539 · Raad van State · 30 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rvs-2018-2539
Zaakgegevens
Op 30 juli 2018 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 juli 2018
- Datum publicatie
- 31 juli 2018
- Zaaknummer
- 201803424/1/V2 en 201803424/2/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2018:2539
Samenvatting
Bij besluit van 22 maart 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
201803424/1/V2 en 201803424/2/V2.
Datum uitspraak: 30 juli 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 april 2018 in zaak nr. NL18.6302 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 22 maart 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 19 april 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat te Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft de als productie 2 bij het hogerberoepschrift gevoegde stukken, voor het eerst in hoger beroep in het geding gebracht. Nu deze stukken dateren van voor de aangevallen uitspraak en hij geen verklaring heeft gegeven waarom hij deze stukken niet reeds ten tijde van het beroep had kunnen overleggen, worden deze stukken niet bij de beoordeling van het hoger beroep betrokken. Ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 is de aangevallen uitspraak immers dwingend als object van hoger beroep aangewezen.
2. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.
3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Van der Wiel w.g. Graat
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2018
307-806.