Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een…

Raad van State, 8 december 2025

Zaakgegevens

Op 8 december 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
8 december 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002105
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5905
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 11 april 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:22593
  2. Rechtbank Den Haag · 19 november 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:21950
  3. Raad van State · 8 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:5905

Uitspraak

BRS.25.002105

ECLI:NL:RVS:2025:5905

Datum uitspraak: 8 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 april 2025 en haar einduitspraak van 19 november 2025 in zaak nr. NL24.42498 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij tussenuitspraak van 11 april 2025 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister het besluit van 24 oktober 2024 aangevuld.

Bij einduitspraak van 19 november 2025 heeft de rechtbank het door verzoeker tegen het besluit van 24 oktober 2024, aangevuld bij besluit van 10 juli 2025, ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.

Tegen de tussenuitspraak en de einduitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

w.g. Wissels

voorzieningenrechter

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025

309-1127