Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat verzoeker geen…

Raad van State, 5 december 2025

Zaakgegevens

Op 5 december 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
5 december 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.001943
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5911
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 17 oktober 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:21003
  2. Raad van State · 5 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:5911

Uitspraak

BRS.25.001943

ECLI:NL:RVS:2025:5911

Datum uitspraak: 8 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2025 in zaak nr. NL25.19580 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. De Moor-van Vugt

voorzieningenrechter

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025

392