Civiel recht overig
Nu het gerechtshof bij arrest van 6 september 2011, dat -naar de rechtbank begrijpt, inmiddels in kracht van…
Rechtbank Almelo, 25 januari 2012
ECLI:NL:RBALM:2012:BV2300 · Rechtbank Almelo · 25 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-almelo/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbalm-2012-bv2300
Zaakgegevens
Op 25 januari 2012 heeft de Rechtbank Almelo in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AlmeloRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 96696 HA ZA 08-89
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBALM:2012:BV2300
Samenvatting
Nu het gerechtshof bij arrest van 6 september 2011, dat -naar de rechtbank begrijpt, inmiddels in kracht van gewijsde is- heeft vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst met gedaagde is blijven bestaan, is de zaak verder op die basis te beoordelen, althans dient primair het uitgangspunt te zijn hetgeen de rechtbank in het laatste tussenvonnis van 12 januari 2011 onder (9.) “Arbeidsovereenkomst” heeft overwogen.
De rechtbank ziet aanleiding in te gaan op het verzoek van Prisma tot het houden van een comparitie van partijen
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Sector Civiel
zaaknummer: 96696 HA ZA 08-897
datum vonnis: 25 januari 2012 (vdv)
Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:
inzake:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMTÉ FRANCHISE B.V.,
gevestigd te Putten,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
verder te noemen Prisma,
advocaat mr. W.L.H. Janssens te Veghel,
en
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
verder te noemen [gedaagde],
procesadvocaat mr. J.A. Holsbrink te Enschede,
behandelend advocaat mr. J.H. Kolenbrander te Rotterdam.
Procesverloop
Nadat de rechtbank bij tussenvonnis van 12 januari 2011 deze zaak in afwachting van het arrest van het gerechtshof te Arnhem had aangehouden, heeft [gedaagde] bij akte overlegging producties van 21 september 2011 het inmiddels op 6 september 2011 gewezen arrest in het geding gebracht.
Na een antwoordakte van Prisma hebben partijen wederom vonnis verzocht.
De verdere beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing
In conventie en reconventie
1. De rechtbank herhaalt hetgeen zij in eerdere tussenvonnissen heeft overwogen en vastgesteld, met name die van 25 november 2009 en 9 juni 2010, maar in het bijzonder dat van 12 januari 2011.
2. Nu het gerechtshof bij arrest van 6 september 2011, dat -naar de rechtbank begrijpt, inmiddels in kracht van gewijsde is- heeft vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] is blijven bestaan, is de zaak verder op die basis te beoordelen, althans dient primair het uitgangspunt te zijn hetgeen de rechtbank in het laatste tussenvonnis van 12 januari 2011 onder (9.) “Arbeidsovereenkomst” heeft overwogen.
3. De rechtbank stelt (evenals het gerechtshof) in deze vast dat destijds (in 2007) geen franchiseovereenkomst tussen Prisma en [gedaagde] tot stand is gekomen bij gebreke van overeenstemming op het punt van een aantal essentialia, als reeds benoemd door de rechtbank in voormelde vonnissen en door het gerechtshof onder punt 2.5 van het arrest van 6 september 2011 opgesomd.
4. Gezien de overwegingen in het tussenvonnis van 12 januari 2011 onder (10.) inzake (verdere) bevoegdheid, onder (12.) inzake mengvorm en onder (13.) inzake reconventie zomede de daaruit mogelijk voortvloeiende consequenties voor het verdere verloop van deze procedure, ziet de rechtbank aanleiding in te gaan op het verzoek van Prisma tot het houden van een comparitie van partijen, die -wat de rechtbank betreft- mede kan worden aangewend voor het beproeven van een schikking.
De beslissing
De rechtbank:
In conventie en reconventie
I. beveelt partijen in persoon en vertegenwoordigd door iemand die volledig van de zaak op de hoogte is en bovendien gemachtigd is om rechtshandelingen te verrichten, om op een nader te bepalen dag te verschijnen in het gerechtsgebouw te Almelo voor mr. Van der Veer om inlichtingen te verstrekken en een vereniging te beproeven;
II. verwijst de zaak naar de civiele rolzitting van woensdag 8 februari 2012 voor dagbepaling comparitie en draagt Prisma op om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen betreffende de verhinderdata van beide partijen;
III. houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. Van der Veer, Lorist en Vermeulen en op
woensdag 25 januari 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.