Civiel recht overig
kort geding, ontruiming, recht op inwoning beeindigd, beperkt recht onder ontbindende voorwaarde artikel 3:81…
Rechtbank Almelo, 8 februari 2011
ECLI:NL:RBALM:2011:BP3911 · Rechtbank Almelo · 8 februari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-almelo/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbalm-2011-bp3911
Zaakgegevens
Op 8 februari 2011 heeft de Rechtbank Almelo in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AlmeloRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 117308 KG ZA 11-1
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M. Veurman te Groningen
- ECLI
- ECLI:NL:RBALM:2011:BP3911
Samenvatting
kort geding, ontruiming, recht op inwoning beeindigd, beperkt recht onder ontbindende voorwaarde artikel 3:81 BW, na overlijden langstlevende ouder is voldaan aan ontbindende voorwaarde
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
Zaaknummer : 117308 KG ZA 11-1
Uitspraak : 8 februari 2011 (j)
Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats] en [adres]
eisende partij
hierna ook wel te noemen: eiser
advocaat: mr. M. Veurman te Groningen
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats] en [adres]
gedaagde partij
hierna ook wel te noemen: gedaagde
niet verschenen.
1. Het procesverloop
1.1 Eiser heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 10 januari 2011.
1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 1 februari 2011 te 13.30 uur.
1.3 Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend. Eiser heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde.
1.4 Het vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
2.1 De inhoud van de dagvaarding geldt als hier ingelast en herhaald.
2.2 Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangegeven dat de vermelding van het adres in het petitum van [adres] een verschrijving betreft en dat de juiste vermelding is [adres] De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat sprake is van een kennelijke verschrijving.
2.3 Bij dagvaarding vordert eiser, kort gezegd, de ontruiming van gedaagde. Eiser stelt daartoe dat gedaagde zonder recht en titel in de woning verblijft. Eiser wijst op het eigendomsbewijs d.d. 22 december 1981. In deze akte is opgenomen dat het recht op inwoning, onder meer, eindigt bij het overlijden van de beide ouders. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard dat sprake is van een beperkt recht onder ontbindende voorwaarde. Met het overlijden van de langstlevende ouder is aan de ontbindende voorwaarde voldaan. De gemachtigde van eiser heeft daarbij verwezen naar artikel 3:81, tweede lid, onder b, van het BW, waarin staat vermeld dat beperkte rechten teniet gaan door de vervulling van de ontbindende voorwaarde waaronder het beperkte recht is gevestigd.
2.4 De voorzieningenrechter overweegt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening als gevorderd en dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
2.5 De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen. Wel bestaat aanleiding om gelet op de redelijkheid en billijkheid de ontruimingstermijn op 1 maand te stellen.
2.6 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
3.1 veroordeelt gedaagde om uiterlijk 8 maart 2011 alle bij hem in gebruik zijnde gedeelten van de woning aan de [adres] en [woonplaats] met al de zijnen en het zijne te verlaten en te ontruimen op straffe van een dwangsom van € 200,00 voor iedere dag dat gedaagde hieraan niet voldoet, met een maximum van € 20,000,00, waarbij eiser wordt gemachtigd om de ontruiming zo nodig zelf te bewerkstelligen.
3.2 Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiser gevallen en begroot op € 352,32 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.
3.3 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
3.4 Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en op 8 februari 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.