Insolventierecht

Overlijden saniet leidt tot beëindiging met als gevolg faillissement van rechtswege van de nalatenschap, want…

Rechtbank Almelo, 15 maart 2000

Zaakgegevens

Op 15 maart 2000 heeft de Rechtbank Almelo in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
15 maart 2000
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
99/271 R
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBALM:2000:AF0123
E-mail

Samenvatting

Overlijden saniet leidt tot beëindiging met als gevolg faillissement van rechtswege van de nalatenschap, want overledene kan zijn verplichtingen niet meer nakomen.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Almelo Enkelvoudige kamer

Bij vonnis van deze kamer van 19 oktober 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

X.,

geboren op ...

wonende te P.

Blijkens het schrijven van de bewindvoerder van 9 maart 2000 en de daarbij gevoegde bijlage blijkt dat de schuldenaar op ... is overleden.

Nu uit het voorgaande volgt dat de schuldenaar niet langer aan haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen kan voldoen, zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 1 onder c beëindigen.

Beslissing

De rechtbank

· beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt met ingang van de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde zal zijn gegaan in het faillissement van de nalatenschap van X.

tot rechter-commissaris mr. M.L.J. KOOPMANS,

en tot curator mr. J.F. WALHOF,

wonende/gevestigd te

Postbus 1393,

7500 BJ Enschede;

· houdt de vaststelling van het salaris van de bewindvoerder voor onbepaalde tijd aan;

· bepaalt dat de vaststelling van de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties voor onbepaalde tijd zullen worden aangehouden;

· geeft last aan de curator tot het openen van aan wijlen gerichte brieven en telegrammen ingaande op de datum

dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

Gewezen door mr VAN DER WINKEL, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.