Insolventierecht
Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod is het maximaal haalbare.
Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14763 · Rechtbank Rotterdam · 21 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14763
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2615981:R-RK - NL:TZ:2615984:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14763
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Aanbod is het maximaal haalbare.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Rekestnummer: NL:TZ:2615981:R-RK - NL:TZ:2615984:R-RK
Uitspraakdatum: 21 oktober 2026
In de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam],
verzoekster
1 De procedure
Verzoekster heeft op 14 juli 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een tweetal schuldeisers, te weten:
-
Kindercentrum de tanteS (hierna: Kindercentrum tanteS);
-
Menzis Zorgverzekeraar N.V., in behandeling bij Flanderijn (hierna: Menzis);
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Menzis heeft voorafgaande aan de zitting, bij brief van 30 september 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 14 oktober 2026 zijn verschenen en gehoord:
-
verzoekster;
-
mevrouw Z. de Boer en mevrouw N. Knulst, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
-
de heer M. van Lingen, werkzaam bij Profez van Lingen (hierna: beschermingsbewindvoerder)
De overige weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift tien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 42.623,42 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 23 december 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers wordt verzocht de betreffende schulden kwijt te schelden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Verzoekster is door de gemeente Rotterdam van 14 juli 2026 tot en met 13 juli 2027 ontheven van de arbeidsverplichtingen. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij gedragstherapie heeft gevolgd bij een psycholoog. Zij heeft dit traject succesvol beëindigd. Hierdoor moest zij het sinds de zomer weer zelf proberen, maar deze periode is voor haar heel wisselvallig geweest. Zij staat inmiddels weer op de wachtlijst. Verzoekster slikt ook medicatie. Daarnaast heeft zij een chronische ziekte waarvoor zij in behandeling is in het ziekenhuis.
Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Negen schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Kindercentrum tanteS stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 5.557,80 op verzoekster, welke 13,0% van de totale schuldenlast beloopt.
3 Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Kindercentrum tanteS geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
4 De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Kindercentrum tanteS bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Kindercentrum tanteS in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Kindercentrum tanteS een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 13,0%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk negen van de tien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift is gebleken dat verzoekster inkomen ontvangt uit een Participatiewet-uitkering. Verzoekster is van 14 juli 2026 tot en met 13 juli 2027 ontheven van haar arbeidsverplichting. Op dit moment is de situatie van verzoekster niet stabiel. Zij heeft gedragstherapie gevolgd bij een psycholoog. Dit heeft zij succesvol afgerond, waardoor zij het in de zomer weer zelf moest proberen. Dit is wisselvallig verlopen en de zomer is geen prettige tijd voor haar geweest. Verzoekster staat daarom weer op de wachtlijst. Zij slikt ook medicatie. Daarnaast kampt verzoekster met een chronische ziekte. Hiervoor is zij onder behandeling in het ziekenhuis. Voorts staat verzoekster sinds 22 maart 2023 onder beschermingsbewind wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster in de komende periode geen afloscapaciteit zal verkrijgen.
Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de wettelijke schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoekster van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich meebrengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wettelijke schuldsaneringsregeling gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.
Gelet op die omstandigheden en het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoekster in dit geval naar het oordeel van de rechtbank zwaarder te wegen dan het belang van Kindercentrum tanteS.
Het verzoek om Kindercentrum tanteS te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Kindercentrum tanteS zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Kindercentrum tanteS om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Kindercentrum tanteS in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met mr. W.C.A. den Dulk, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.