Bestuursprocesrecht

Beroep niet tijdig, overeenstemming op zitting bereikt, bepalingen omtrent beslistermijn en dwangsom niet van…

Rechtbank Amsterdam, 29 september 2020

Zaakgegevens

Op 29 september 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 september 2020
Datum publicatie
19 oktober 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4439
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:5028
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet tijdig, overeenstemming op zitting bereikt, bepalingen omtrent beslistermijn en dwangsom niet van toepassing op overeenkomst tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/4439

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [naam] ),

Procesverloop

Eiser heeft op 12 augustus 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

3. Op 10 februari 2020 is door de Rechtbank [plaatsnaam] een proces-verbaal met kenmerk AMS 19/1492 opgesteld naar aanleiding van het beroep van eiser tegen de vaststelling van de WOZ-waarde van voor het pand [adres] te [plaatsnaam] . De WOZ-waarde voor belastingjaar 2018 is vastgesteld op € 300.000 per waardepeildatum 1 januari 2017 en verweerder heeft toegezegd het griffierecht ven eiser te vergoeden. Aan dit deel van het proces-verbaal is uitvoering gegeven. In het proces verbaal is ook opgenomen dat verweerder de WOZ-waarde voor belastingjaar 2019 naar de waardepeildatum 1 januari 2018 zal herzien. Met de brieven van 12 april 2020, 22 juni 2020 en 23 juli 2020 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld voor de uitvoering van de overeengekomen herziening voor belastingjaar 2019. Vervolgens is eiser op 12 augustus 2020 in beroep gegaan wegens het niet tijdig (volledig) uitvoering geven aan de overeenkomst die in het proces-verbaal is opgenomen.

4. Verweerder heeft met de verminderingsnota van 25 augustus 2020 alsnog de waarde van de woning vastgesteld op het overeengekomen bedrag van € 300.000. Daarmee heeft verweerder volledig uitvoering gegeven aan de overeenkomst tussen partijen. De rechtbank stelt vast dat de bepalingen omtrent beslistermijn en dwangsom uit de Awb niet van toepassing zijn op een overeenkomst van partijen om de WOZ-waarde aan te passen. Ook in het proces verbaal van de zitting van 10 februari 2020 is geen termijn afgesproken waarbinnen verweerder een nieuw besluit moet nemen. Dit betekent dat verweerder niet gebonden was aan een termijn uit de Awb en hij daarom ook geen dwangsom is verschuldigd.

5. Het beroep is dus ongegrond.

6. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of teruggave van griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb