Bestuursprocesrecht
voorlopige voorziening; niet-ontvankelijk; griffierecht niet betaald.
Rechtbank Gelderland, 22 oktober 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8218 · Rechtbank Gelderland · 22 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2026-8218
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2026
- Datum publicatie
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- ARN 26/3489
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:8218
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorziening; niet-ontvankelijk; griffierecht niet betaald.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/3489
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 oktober 2026
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn
(gemachtigde: mr. B. Jurgens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2.
Met het besluit van 2 juni 2026 heeft het college aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Toetsingskader
3. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 200,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft de griffier verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen?
4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 15 juli 2026 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Daarbij heeft de griffier vermeld dat als verzoeker het griffierecht niet (binnen de betalingstermijn) heeft betaald hij het risico loopt dat zijn verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. De in de aangetekende brief vermelde betalingstermijn eindigde daarmee op 29 juli 2026.
Heeft verzoeker het griffierecht betaald?
5. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat verzoeker het griffierecht niet heeft voldaan.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Uit informatie van PostNL blijkt dat de aangetekend verzonden brief op 17 juli 2026 om 10:45 uur is aangeboden, maar dat bezorging niet is gelukt. De brief is vervolgens naar het PostNL punt verzonden. Verzoeker heeft het niet afgehaald. Het niet op het postkantoor afhalen van een aan hem geadresseerd aangetekend verzonden poststuk is een omstandigheid die voor rekening en risico van verzoeker komt. Ook overigens is geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
7. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: