Bestuursprocesrecht

Beroep van eisers tegen evenementevergunning verleend aan Sportways. Bezwaarprocedure is volgens de…

Rechtbank Amsterdam, 17 april 2024

Zaakgegevens

Op 17 april 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 april 2024
Datum publicatie
17 april 2024
Zaaknummer
23/252
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:2192
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep van eisers tegen evenementevergunning verleend aan Sportways. Bezwaarprocedure is volgens de wettelijke regels behandeld. Verweerder maakt geen misbruik van haar bevoegdheid. Vergunning voldoet aan de regels van de brandweer. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/252


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2024 in de zaak tussen


[eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats], eisers

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),

en

de burgemeester van de gemeente Amsterdam, verweerder, hierna: de burgemeester

(gemachtigde: [gemachtigde 2]).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit Amsterdam, hierna: [derde-partij].

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen een evenementenvergunning verleend aan [derde-partij]. Het evenement vindt plaats op de locatie [adres] [huisnummer] in Amsterdam.

1.2.

Op 24 juni 2022 is namens [derde-partij] een aanvraag ingediend voor het houden van een evenement genaamd ‘[naam 3]’. Met als activiteiten eten, hockeyen en overnachten. Het evenement mocht gehouden worden op zaterdag [juli 2022] , met naar schatting 200 bezoekers op het drukste moment. Tijdens het evenement wordt er op het evenemententerrein overnacht in tenten. Met het besluit van 1 juli 2022 heeft de burgemeester de aangevraagde evenementenvergunning verleend aan [derde-partij]. Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 25 november 2022 zijn de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

1.3.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van de burgemeester en [naam 1] en [naam 2] namens [derde-partij].

Beoordeling door de rechtbank

2.1.

De rechtbank beoordeelt of de burgemeester de door eisers bestreden evenementenvergunning heeft mogen verlenen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Is de bezwaarprocedure volgens de wettelijke regels behandeld?

3.1.

Eisers stellen dat de bezwaarprocedure niet volgens de wettelijke regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is behandeld. Dit is het geval omdat de hoorzitting niet fysiek heeft plaatsgevonden. Bovendien heeft de burgemeester volgens eisers met het versturen van het bezwaardossier, ten onrechte geen verweerschrift aan eisers overgelegd. Eisers zijn op meerdere momenten benadeeld hierdoor.

3.2.

Anders dan eisers stellen, bepaalt de regelgeving of jurisprudentie niet dat een hoorzitting fysiek dient plaats te vinden. Op grond van artikel 7:2 van de Awb dient het bestuursorgaan voordat zij op het bezwaar beslist, belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. De burgemeester heeft eisers deze gelegenheid geboden. De gemachtigde van eisers heeft op de zitting toegelicht dat eisers tijdens de hoorzitting alles hebben kunnen zeggen wat zij wilden zeggen. Het is de rechtbank niet gebleken hoe eisers zijn benadeeld door het verloop van de hoorzitting. Wat betreft het verweerschrift, geldt er voor de burgemeester geen wettelijke verplichting voor het opstellen van een verweerschrift. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Maakt de burgemeester misbruik van haar bevoegdheid?

4.1.

Eisers stellen dat de burgemeester kennelijk misbruik maakt van haar bevoegdheid door de vergunningverlening pas vijf dagen na aanvang van het evenement te publiceren en op deze wijze legeskosten te kunnen incasseren en enige tegenspraak reeds bij voorbaat uit te sluiten.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester geen misbruik van haar bevoegdheid heeft gemaakt. De burgemeester heeft onderkend dat de vergunningverlening eerder gepubliceerd had moeten worden, bij voorkeur voor aanvang van het evenement. De gemachtigde van de burgemeester heeft op de zitting bij de rechtbank toegelicht dat de burgemeester ook bezig is om de publicatie rondom besluiten anders in te richten, zodat besluiten eerder worden gepubliceerd. De stelling van eisers dat zij door de late publicatie van het besluit zijn beperkt in hun mogelijkheden tot rechtsbescherming en dat daarom sprake is van misbruik van bevoegdheid door de burgemeester volgt de rechtbank niet. De rechtsbescherming met betrekking tot een besluit is ondergebracht bij de bestuursrechter, doordat bezwaar en beroep open staan op grond van de Awb. Eisers hadden de mogelijkheid om bezwaar in te dienen en hebben van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. Hangende bezwaar hadden zij bij de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening in kunnen dienen om het evenement (direct) te stoppen. Eisers hebben dit echter om hen moverende redenen niet gedaan. Door de enigszins vertraagde publicatie van het besluit is geen situatie ontstaan waarin eisers op geen enkele manier meer effectief konden opkomen tegen de vergunning en het als gevolg van die vergunning mogelijk gemaakte evenement. Gelet hierop kan niet geoordeeld worden dat de enigszins vertraagde publicatie van het besluit tot de conclusie zou moeten leiden dat de burgemeester misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid.

Voldoet de evenementenvergunning aan de vereisten (van de brandweer)?

6.1.

Eisers stellen dat de vergunningverlening niet voldoet aan de gestelde wettelijke eisen. Eisers betwisten de nieuw ingenomen standpunten van de brandweer uit het

e-mailbericht van 12 november 2022 en 15 november 2022. Volgens eisers mochten deze

e-mails niet worden meegenomen in de besluitvorming, omdat deze e-mails dateren van na het verstrijken van de bezwaartermijn en de hoorzitting. Bovendien zijn deze e-mails volgens eisers passend gemaakt aan de eisen van de burgemeester. Dat zou volgens eisers blijken uit het aanpassen van de wettelijke minimale doorganghoogte van een viaduct van 4.20 meter naar 3.80 meter. Ook heeft de brandweer ten onrechte aangegeven dat er twee alternatieve toegangsmogelijkheden tot het terrein van het evenement zijn. De neveningang is maar 3.00 meter breed en voldoet niet aan de brandweereisen van de minimale doorgangsbreedte van 3.50 meter.

6.2.

De rechtbank volgt de burgemeester niet in het standpunt dat wat dit punt betreft, het relativiteitsvereiste aan de vernietiging van het bestreden besluit in de weg staat. De richtlijnen van de brandweer bevatten onder meer normen die zijn gericht op de belangen van de veiligheid van de derden-belanghebbenden. Eisers zijn omwonenden van het sportpark en kunnen gevolgen ondervinden bij een eventuele brand. Een brand kan immers leiden tot flinke rookoverlast in de naaste omgeving.

6.3.

De minimale doorrijhoogte van 4.20 meter volgt uit de Handreiking Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening van Brandweer Nederland. Deze Handreiking is opgesteld door brandweerlieden en vormt een leidraad voor de brandweer om samen met andere factoren lokaal beleid te ontwikkelen. De Adviseur Risicobeheersing van de Sector Brandweerzorg en de politie van Amsterdam hebben de situatie beoordeeld en hebben in de adviezen van 30 juni 2022 respectievelijk 29 juni 2022 geadviseerd dat de doorganghoogte van 3.80 meter geen risico vormt. De minimale doorrijhoogte van 4.20 is een richtlijn waarvan kan worden afgeweken. Hetzelfde geldt voor de minimale breedte voor de doorgang van de twee alternatieve routes. Beide alternatieve doorgangen zijn positief bevonden door de brandweer van Amsterdam. De burgemeester heeft deze adviezen betrokken in haar besluitvorming en de rechtbank ziet geen reden om te oordelen waarom de burgemeester van deze positieve adviezen moest afwijken. Eisers hebben ook geen ander advies overgelegd waaruit zou blijken dat de positieve adviezen van de brandweer en de politie van Amsterdam onjuist zijn. De burgemeester mocht daarom naar het oordeel van de rechtbank uitgaan van de juistheid van de adviezen van de brandweer en de politie. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Hetgeen de burgemeester overigens naar voren heeft gebracht over de wettelijke rente en de proceskosten, behoeft geen bespreking. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van

mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

17 april 2024.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.