Bestuursprocesrecht
Parkeervergunning, vovo afgewezen wegens ontbreken van het spoedeisende belang. Onverwijlde spoed wil zeggen…
Rechtbank Amsterdam, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6539 · Rechtbank Amsterdam · 24 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-6539
Zaakgegevens
Op 24 juni 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Datum publicatie
- 26 juni 2026
- Zaaknummer
- AMS 26/3460
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:6539
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Parkeervergunning, vovo afgewezen wegens ontbreken van het spoedeisende belang. Onverwijlde spoed wil zeggen dat er onomkeerbare gevolgen kunnen intreden waardoor de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet (met name) op een financieel belang. Verzoeker heeft niet onderbouwd dat sprake is van een onomkeerbare situatie en acute financiële nood. De argumenten van verzoeker zijn daarvoor onvoldoende.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 26/3460
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder.
Inleiding
-
Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker om de parkeervergunning over te zetten op zijn naam (naamswijziging) met het besluit van 8 juni 2026 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
-
De voorzieningenrechter heeft 16 juni 2026 verzoeker gevraagd om het spoedeisende belang nader toe te lichten en verweerder gevraagd te reageren op de door verzoeker ingediende voorlopige voorziening. Hierop is geen reactie gekomen. De voorzieningenrechter gaat bij de beoordeling uit van de door verzoeker overgelegde informatie.
3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.
5. Bij brief van 25 mei 2026 (voornemen tot intrekking van de parkeervergunning), gericht aan [de persoon], heeft verweerder meegedeeld dat het kenteken van het voertuig waarvoor [de persoon] de parkeervergunning krijgt (kenteken [kenteken]), niet op zijn naam staat. Verweerder deelt mee dat als het kenteken over vier weken nog niet op zijn naam staat, de parkeervergunning wordt ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen een zienswijze ingediend.
6. Bij besluit van 8 juni 2026, gericht aan verzoeker, heeft verweerder geweigerd om de parkeervergunning van [de persoon], op naam van verzoeker te zetten. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt en hij heeft een voorlopige voorziening ingediend. Verzoeker beoogt met zijn verzoek om een voorlopige voorziening te bewerkstellingen dat dat de parkeervergunning voor kenteken [kenteken] geldig blijft totdat op het bezwaarschrift is beslist.
7. Verzoeker voert aan dat [de persoon] zeer plotseling is overleden. Verzoeker staat sinds 5 maanden ingeschreven op het adres van de overledene en heeft mantelzorg verleend aan [de persoon]. Verzoeker geeft aan dat hij door de stressvolle situatie heeft verzuimd zijn intrek op het adres in november 2025 direct door te geven aan de gemeente. Dan had verzoeker wel voldaan aan de eis van zes maanden. Verder voert verzoeker aan dat als de parkeervergunning definitief wordt ingetrokken terwijl de bezwaarschriftprocedure nog loopt, er voor hem een onomkeerbaar en onevenredig zwaar nadeel ontstaat. Het voertuig is noodzakelijk voor de dagelijkse continuïteit van het huishouden en voor de afwikkeling van de opengevallen nalatenschap op dit adres. Verzoeker zal een groot persoonlijk en financieel nadeel leiden als de parkeervergunning niet op zijn naam wordt gezet. Volgens Parkeerbeheer moet hij dan een garage huren voor ongeveer € 250,- per maand.
8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisende belang ontbreekt. Onverwijlde spoed wil zeggen dat er onomkeerbare gevolgen kunnen intreden waardoor de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. Hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet (met name) op een financieel belang. Verzoeker heeft niet onderbouwd dat sprake is van een onomkeerbare situatie en acute financiële nood. De argumenten van verzoeker zijn daarvoor onvoldoende. Verzoeker heeft nog een brief van de Alliantie van 25 november 2025 overgelegd. Hieruit blijkt inderdaad dat verzoeker mantelzorg heeft verleend vanaf die periode aan [de persoon]. Het is aan verweerder om deze brief mee te nemen in de heroverweging in bezwaar. Dit leidt echter evenmin tot het aannemen van een spoedeisend belang.
Conclusie en gevolgen
9. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.J.R. van Broekhoven, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: