Omgevingsrecht

Omzettingen publicatie exploitatievergunning – individuele zaken

Rechtbank Amsterdam, 22 februari 2022

Zaakgegevens

Op 22 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
22 februari 2022
Datum publicatie
22 maart 2022
Zaaknummer
AMS 21/1635
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:1359
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Omzettingen publicatie exploitatievergunning – individuele zaken

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 22 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:RBAMS:2022:1359

  2. Raad van State · 25 september 2024

    ECLI:NL:RVS:2024:3849

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 21/1635

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen

Boaty B.V., te Amsterdam, eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. J. Bootsma, mr. S. van Heukelom-Verhage, mr. B.S. Jaasma en

mr. M. de Wit).

Procesverloop

Bij besluiten van 4 juni 2020 (de primaire besluiten) heeft verweerder de exploitatievergunning van eiseres ambtshalve gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd voor de vaartuigen:

-10 fluisterboten met als einddatum 1 maart 2028;

-10 fluisterboten met als einddatum 1 maart 2026;

-10 fluisterboten met als einddatum 1 maart 2024;

-10 solarboaty’s met als einddatum 1 maart 2024.

Bij besluit van 10 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft in deze zaak en de zaken genoemd in de bijlage bij deze uitspraak een regiezitting gehouden op 22 april 2021, waarbij met partijen afspraken zijn gemaakt over het verloop van de procedure.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden van dinsdag 16 november 2021 tot en met 30 november 2021 in deze zaak en de zaken genoemd in de bijlage. De zaken zijn gezamenlijk behandeld. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek in alle zaken gesloten. Eiseres is daar vertegenwoordigd door [naam 1] . Verweerder (hierna: het college) heeft zich laten vertegenwoordigen door bovenstaande gemachtigden.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Conclusie

1. De rechtbank stelt eiseres niet in het gelijk.

2. De rechtbank heeft het beroep van eiseres gelijktijdig behandeld met de beroepen van andere Amsterdamse reders voor passagiersvaart. Al deze reders komen op tegen de omzetting van hun exploitatievergunning passagiersvaart van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd. De reders hebben een aantal beroepsgronden gezamenlijk ingediend en tijdens de behandeling hebben de reders ook over en weer naar elkaars standpunten verwezen. De rechtbank heeft er voor gekozen de gezamenlijke standpunten te bespreken en te beoordelen in één enkele uitspraak. Bij uitspraak van 22 februari 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat de omzetting van de exploitatievergunning van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd niet in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht. Voor alle gezamenlijke gronden en het oordeel daarover, verwijst de rechtbank naar die uitspraak. De uitspraak is bijgevoegd en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

3. In deze uitspraak zal de rechtbank ingaan op de individuele gronden van eiseres. Eiseres heeft op 13 april 2021 gronden van beroep ingediend en deze op 11 november 2021 aangevuld. De aangevoerde gronden komen in wezen overeen met die in de hiervoor aangehaalde uitspraak van 22 februari 2022. Voor zover er verschillen zijn overweegt de rechtbank als volgt.

Feiten en omstandigheden

4. Bij de omzetting van de vergunningen van eiseres is het college uitgegaan van de volgende gegevens:

10 vaartuigen in segment onbemand met als uitgiftedatum van de vergunning 21 april 2006;

10 vaartuigen in segment onbemand met als uitgiftedatum van de vergunning 27 juni 2012;

10 vaartuigen in segment onbemand met als uitgiftedatum van de vergunning

23 februari 2015. Deze uitgiftedatum is gewijzigd omdat eiseres de vergunning niet eerder had ontvangen;

10 vaartuigen in segment onbemand met als uitgiftedatum van de vergunning 15 maart 2018.

Individuele beroepsgronden

5.1

Volgens eiseres heeft het college onvoldoende aandacht besteed aan de specifieke kenmerken van het segment, onbemande passagiersvaart. Dit segment helpt meer om gemeentelijke doelstellingen te bereiken, dan dat het in negatieve zin bijdraagt aan door de gemeente ervaren problemen.

5.2

De rechtbank verwijst naar hetgeen overwogen in de uitspraak van 22 februari 2022. In die uitspraak heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat ook de reders van onbemande boten zich richten op bezoekers en dat sprake zal zijn van een waterbedeffect als er geen volumebeleid komt voor specifieke groepen.

6.1

Eiseres voert aan dat de reders met onbemande vaartuigen onnodig en onevenredig hard worden getroffen. De helft van de vergunningen van eiseres wordt in de eerste tranche ingetrokken. Dat is geen ‘eerlijke verdeling van de pijn’, die het college zegt na te willen streven. Het college beargumenteert dat het verlies van een dergelijk hoog percentage bij reders met vergunningen in het segment groot niet past bij de doelstellingen. Diezelfde argumenten gaan ook op voor het segment onbemand waartoe eiseres behoort. Kortom, er sprake van discriminatoir beleid.

6.2

Het college brengt hiertegen in dat ook vergunninghouders met vaartuigen in het segment onbemand worden beschermd door de regel dat er een maximum aantal om te zetten vergunningen per vergunninghouder per tranche in een segment zal aflopen. Voor alle segmenten, dus ook voor het segment onbemand, is dezelfde systematiek gebruikt om de omzetting voor een reder te spreiden over de tranches. Daarbij gaat de vergelijking met de

situatie in het segment bemand groot niet op, omdat er in dat segment vergunninghouders zouden zijn die – zonder aanpassingen – al hun vergunningen in de eerste tranche zouden verliezen. Dat is bij eiseres niet het geval. Van een onevenredige situatie voor eiseres is dus geen sprake. Ook de onbemande vaart als geheel wordt niet onevenredig benadeeld, aangezien gemiddeld slechts 25% van de vergunningen voor onbemande vaart in de eerste tranche wordt omgezet.

6.3

De rechtbank overweegt dat uit de Beleidsregel omzetting volgt dat wijzigingen per reder zoveel mogelijk worden gespreid over de tranches. Voor iedere vergunninghouder met twee of meer vergunningen geldt de regel inzake het maximaal aantal om te zetten vergunningen. De Beleidsregel omzetting biedt geen aanknopingspunt voor de stelling van eiseres dat de onbemande vaart als geheel onevenredig wordt benadeeld. De omstandigheid dat de helft van de vergunningen van eiseres wordt omgezet komt doordat ingevolge de Beleidsregel omzetting oude vergunningen eerder aflopen eerder dan nieuwe vergunningen en doordat eiseres twee relatief oude vergunningen heeft als gekeken wordt naar vergunningen binnen het segment onbemand. Deze vergunningen zijn uitgegeven op

21 april 2006 en 27 juni 2012. Niet is aannemelijk gemaakt dat de omzetting in het geval van eiseres onredelijk uitpakt. De rechtbank betrekt daarbij dat eiseres lang gebruik heeft kunnen maken van deze vergunningen.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter, mr. M.F. Ferdinandusse en mr. S.D. Arnold, leden, in aanwezigheid van mr. J.C.E. Krikke en mr. T. van Soldt, griffiers. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2022.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorz

BIJLAGE 1 – OVERZICHT ZAAKNUMMERS

Gemachtigde: Adviesburo Monster, mr. J. Monster

21/776

[naam 2]

21/777

Arviro b.v. en B.S.V. Amsterdam

21/778

Demi Trading B.V.

21/779

De Rederij c.v.

21/780

[naam 3]

21/781

Flagship Amsterdam V.o.f.

21/782

Indysign B.V.

21/783

Luxe Boten B.V.

21/784

Rederij Mokum B.V.

21/785

Mokumboot B.V.

21/786

Mokumboot B.V.

21/787

Rederij Friendship v.o.f.

21/788

[naam 4]

21/799

R.K. Management Beheer B.V.

21/790

Starboard Boats B.V.

21/791

[naam 5]

21/792

[naam 6]

21/793

[naam 7]

Gemachtigde: AKD, mr. E. Dans

21/1701

Stromma Holland B.V.

Stromma Nederland B.V.

Canal Bus B.V.

Canal Rondvaart B.V.

Meijers Rondvaarten B.V.

Gemachtigde: jhr. mr. A.R.Ph. Boddaert

21/1502

[naam 8]

Gemachtigde Van Doorne N.V., mr. C.W. Kniestedt, mr. A. Vegt

21/1699

Reederij P. Kooij B.V.

Reederij E.E. Plas B.V.

Beleggingsmaatschappij P. Kooij B.V.

[naam 9]

Gemachtigde: Duijn Bloem Voss Advocaten, mr. M.S.F. Loor

21/1767

Amsterdam Sloep Huur V.o.f.

Gemachtigde: LNW advocaten, mr. P.A. Willemsen

21/845

[naam 10]

21/846

[naam 11]

21/847

[naam 12]

21/848

[naam 13]

21/849

Sinta B.V.

[naam 14]

[naam 15]

[naam 16]

[naam 17]

[naam 18]

[naam 19]

Gemachtigde: ngnb advocaten, mr. A.B. Blomberg

21/1695

[naam 20]

Gemachtigde: mr. P. Nicolaï

21/1642

Amsterdam Boat Events B.V.

21/1643

[naam 21]

21/1644

Rederij Amsterdam B.V.

Amsterdam Boats B.V.

RAAB B.V.

21/1645

[naam 22]

Adeline B.V.

Salonboot Dame van Amstel B.V.

Emmerik & Vellekoop Holding B.V.

21/1646

Rederij Belle B.V.

21/1647

Smidtje Holding B.V.

21/1648

Smidtje Beheer B.V.

21/1649

[naam 23]

21/1650

[naam 24]

[naam 25]

21/1651

De Kleijn Amsterdam B.V.

CBD

21/1652

J. Klarenbeek h.o.d.n. Jasmijn Rondvaart

21/1653

De Muze B.V.

CBD Holding

21/1654

[naam 26]

Gemachtigde: mr. C. Post

21/1523

[naam 27]

Gemachtigde: Six Advocaten, mr. I. van den Berg

21/1447

[naam 28]

21/1448

V.O.F. JoMart

21/1449

[naam 29]

21/1450

[naam 30]

21/1452

Rederij Aemstelland B.V.

21/1453

Paradis Private Boat Tours B.V.

21/1454

Amsterdamse Salonboot Rederij B.V.

21/1456

[naam 31]

21/1457

[naam 32]

21/1459

[naam 33]

21/1460

[naam 34]

21/1461

[naam 36]

21/1462

[naam 37]

21/1463

De Wolfsburght B.V.

Gemachtigde: Stek Advocaten, mrs. R. Elkerbout, Z. van den Bosch en L. Bremmer

21/1364

[naam 38]

[naam 39]

Rederij Nassau B.V.

[naam 40]

Amsterdam bootverhuur B.V.

[naam 41]

Gemachtigde: Wieringa Advocaten, mrs. S. Levelt en L. Tellegen

21/1737

[naam 42]

Smidtje Exploitatie B.V.

New Orange B.V.

Rederij Lovers B.V.

21/1307

Boat2Go B.V.

Procedeert zelf

21/1770

Sloepdelen B.V.

Adam’s Boats B.V.

21/1635

Boaty B.V.

BIJLAGE 2 – UITSPRAAK VAN 22 FEBRUARI 2022

Zie bijlage 1. Voor een overzicht van alle zaaknummers, zie bijlage 1. ECLI:NL:RBAMS:2022:563. Zie bijlage 2. ECLI:NL:RBAMS:2022:563, rechtsoverwegingen 22.1 tot en met 22.5.2. Artikel 5 van de Beleidsregel omzetting vergunning passagiersvaart van 14 januari 2020 (Gemeenteblad 2020, 8649) 1. Voor iedere vergunninghouder met twee of meer oude vergunningen bedraagt het maximale percentage oude vergunningen dat per segment en per tranche wordt gewijzigd het percentage als genoemd in artikel 3, vijfde lid. 2. Indien het aantal oude vergunningen van een vergunninghouder in één segment het percentage per segment en per tranche als bedoeld in het eerste lid overschrijdt, dan geldt de oude vergunning waardoor het percentage wordt overschreden als de laatste oude vergunning die wordt gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd in die tranche. De daarop in de rangorde volgende oude vergunning van deze vergunninghouder wordt pas in de eerstvolgende tranche gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd. 3. Oude vergunningen in het segment ‘onbemand’ zijn verleend voor meerdere vaartuigen en worden per oude vergunning omgezet in een vergunning voor bepaalde tijd. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt ook voor vergunninghouders in het segment ‘onbemand’, waarbij het college per tranche het maximale percentage vaartuigen waarvan de oude vergunning wordt gewijzigd, bepaalt. Indien het aantal vaartuigen waarvoor een oude vergunning is verleend, het maximale percentage overschrijdt, dan geldt de oude vergunning waardoor het percentage wordt overschreden als de laatste oude vergunning die wordt gewijzigd in een vergunning voor bepaalde tijd in die tranche.