Socialezekerheidsrecht
Verzoeksters heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft alsnog een…
Rechtbank Amsterdam, 2 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3319 · Rechtbank Amsterdam · 2 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-3319
Zaakgegevens
Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 april 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- AMS 25/7215
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3319
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeksters heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft alsnog een besluit genomen. Verzoekster heeft toen het beroep ingetrokken. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten, omdat deze tegemoetgekomen is.
Uitspraak
TRECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7215
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Zij heeft dat beroep ingetrokken omdat verweerder op 18 december 2025 een besluit op de aanvraag heeft genomen.
2. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet verzet tegen veroordeling in de proceskosten.
3. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
5. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?
6. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is.
7. Op 10 december 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Verweerder heeft vervolgens op 18 december 2025 een besluit genomen. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoekster vergoeden?
8. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Bpb als volgt berekend.
9. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
10. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.L. Fernig-Rocour, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
|
griffier |
rechter |
de rechter is buiten staat deze
beslissing te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.